Kavel 8 kent een gevarieerde begroeiing maar is zonder waterpartijen. Bovendien ligt het tamelijk besloten. K8 is in het broedseizoen nagenoeg elk jaar geïnventariseerd (zie overzicht hieronder).
Hier is in de jaren rond 1980 een aanzienlijk deel van de meeuwenkolonie geweest, maar deze meeuwen (Zilvermeeuw, Kleine mantelmeeuw en een paar Stormmeeuwen) zijn geheel verdwenen, mogelijk als gevolg van de komst van de Vos. In dezelfde periode zijn de vele Zomertortels en de paar Scholeksters, Houtsnippen en Wulpen verdwenen. In de jaren zestig zijn er in dit kavel nog territoria van verschillende eenden vastgesteld, maar ook daar is al jaren geen sprake meer van.
De Houtduif heeft hier in de jaren '80 en '90 een periode met tientallen territoria gekend maar dit aantal schommelt de laatste jaren rond de 5. Mogelijk dat de aanwezigheid van de Havik in een nabijgelegen kavel hier debet aan is. Tot begin jaren '80 kwam er geregeld een Ransuil voor, sindsdien van tijd tot tijd de Bosuil.
![]() |
| Het landschap in K8 |
Al jaren zorgt de Fitis voor de meeste broedgevallen in K8 met tientallen territoria. Daarna komen Grasmus, Heggenmus, Merel en Nachtegaal, op de voet gevolgd door Zwartkop, Pimpelmees, Koolmees, Tjiftjaf en Vink. Deze laatste soort is overigens, net als in heel Meijndel, sterk in opkomst. Soorten als Braamsluiper, Spinkhaanzanger, Goudvink, Boomkruiper en Gekraagde roodstaart zijn al meerdere jaren in geringe aantallen (minder dan 10) aanwezig. Sinds 2013 broedt de Appelvink hier jaarlijks.
In herfst en winter worden er overwegend vogels van bossen en struweel waargenomen (mezen, vinken, gaaien en kraaien), met een aparte vermelding van de lijstersoorten (m.n. Kramsvogel en Koperwiek) in vooral de late herfst. En af en toe laat een roofvogel zich zien of horen. Aan de oostgrens met K7 laten zich in koude winters ook Klapeksters zien.
Bekijk diverse fotoseries gemaakt in dit kavel via het menu [Meijendel]
