Terug naar soorten

Zwartkop

Sylvia atricapilla Grasmussen

Broedvogel
64jaren
10297territoria
420hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zwartkop
Zwartkop Foto: Ron Knight from Seaford, East Sussex, United Kingdom · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Zwartkop houdt van loofbomen en is daarom vooral in gemengde en loofbossen te vinden, en ook in parken en de grotere stadstuinen komt men deze mooie zanger tegen. Een belangrijke voorwaarde is een dichte ondergroei om het nest in te bouwen. Door steeds natuurlijker bosbeheer en het ouder worden van bossen in Flevoland en in de duinen is het aantal Zwartkoppen sterk toegenomen. In vergelijking met het naaste familielid - de Tuinfluiter - gaat de voorkeur uit naar oudere bomen en struiken.

Zwartkoppen danken hun naam aan de zwarte veertjes boven op de kop, als een zwarte alpinopet. Alleen bij de mannen is die zwart, de vrouwtjes hebben een roestbruin petje op. De rest van de vogels is vrijwel egaal muisgrijs van kleur. Oppervlakkig gekeken kan men deze vogel verwarren met de Glanskop, maar die heeft een zwarte bef en de mooie zang van de Zwartkop maakt het onderscheid toch eenvoudig. Als hij begint te zingen klinkt het eerst wat stroef en krasserig, maar al gauw komt zijn stem op gang en produceert hij de meest fraaie klanken. Een enkele keer imiteert de Zwartkop ook andere soorten.

Voorkomen

De meeste Zwartkoppen huizen op de hoge gronden, met name in gevarieerde bossen met een hoog aandeel loofhout. Het voorkomen in de open delen van West- en Noord-Nederland is van betrekkelijk recente datum, na 1975. Het werd mogelijk gemaakt door toegenomen beplanting, waaronder in stedelijke uitbreidingsgebieden. Ook elders is deze soort, die vroeger als kensoort van zwaar loofhout werd gezien, tegenwoordig een normale broedvogel in parken en grote oude tuinen. De landelijke broedpopulatie nam de afgelopen tientallen jaren continue toe (bron: zie vogel.asp r398).

Het aantal broedparen in Meijendel volgt die trend.

Vogelkenmerken

Van oorsprong bosvogel; tegenwoordig ook veel in park- en struweellandschappen.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep, Zwartkop-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Rupsen als belangrijke voedselbron. fruit en bessen Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Spinnen als voedselbron.

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie.

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Korte- tot middellange-afstandstrekker