Terug naar soorten

Tuinfluiter

Sylvia borin Grasmussen

Broedvogel
65jaren
4277territoria
248hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Tuinfluiter
Tuinfluiter Foto: Biillyboy · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Tuinfluiter is een onopvallende vogel die zich maar weinig laat zien. De vogel is geheel grijsbruin van kleur en houdt zich voornamelijk schuil in dicht struikgewas. Tuinfluiters zijn dan ook het best te herkennen aan de lang aangehouden zang die hier en daar lijkt op die van de Merel. De zang van de Tuinfluiter is echter sneller en onafgebroken.

Het nest van de Tuinfluiter is groot en wordt laag in de struiken gebouwd. Het voedsel bestaat 's zomers voor een groot deel uit insecten. Deze soort overwintert ten zuiden van de Sahara en om voldoende energie voor de lange trek op te doen worden in het najaar ook veel bessen gegeten.

De Tuinfluiter, nauw verwant met de Zwartkop, neemt in Meijendel toe. De vogel profiteert van de toename aan struwelen. Hij geeft er de voorkeur aan om zich aan de rand van open plekken op te houden, omdat daar de vegetatie op de bodem vaak dicht en hoog genoeg is om een goed verborgen nest te maken.

Voorkomen

Tuinfluiters broeden in het hele land, met een voorkeur voor jonge aanplant, moerasbos, struweelrijke duinen en kleinschalig boerenland met uitgegroeide heggen. In uitgestrekte oudere bossen bewoont de soort vooral de randen en verjongingsplekken, in stedelijk gebied doorgaans alleen parken en tuinen met dichte ondergroei. De landelijke aantallen toonden op de lange termijn weinig verandering maar neigen om onbekende redenen sinds de eeuwwisseling naar enige afname (bron: zie vogel.asp r398).

Tuinfluiters in Meijendel doen het goed, ze profiteren van de toename aan struwelen. Sinds midden jaren '80 is het aantal broedparen vervijfvoudigd, terwijl het aantal landelijk min of meer stabiel is.

Vogelkenmerken

Onopvallende zangvogel, leeft in dicht struikgewas en loofbos.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden fruit en bessen

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie.

Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen.