Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Sperwergrasmus lijkt op een grote Tuinfluiter, het is een relatief forse grasmus met een lange staart. Wie een volwassen mannetje ziet weet meteen waar deze soort de naam aan te danken heeft, getuige de gebandeerde borst en buik, gelijk een sperwer. Bij jonge mannetjes en volwassen vrouwtjes zijn deze strepen niet te zien, de borst en buik zijn dan vager getekend, meer een schubbenpatroon, hetzelfde patroon als op de onderstaartdekveren van beide geslachten. Het mannetje is van boven grijs, het vrouwtje grijsbruin. Het mannetje heeft verder duidelijke witte vlekken op het einde van de staartveren en een heldergele iris.
Deze soort beweegt zich zoekend naar insecten zwaar en relatief traag door vegetatie, meestal zeer geheimzinnig en is moeilijk te zien te krijgen. De zang lijkt op die van de grote Tuinfluiter, maar is korter en wat raspender.
Sperwergrasmussen broeden van Noord-Italië, Oost-Duitsland en Zuid-Zweden oost tot in Mongolië (Dutchbirding). Het leefgebied bestaat uit terrein met veel struikgewas (meidoorn, braam, hondsroos e.d.), afgewisseld met open plekken en hier en daar een boom. Het mannetje verleidt eerst een vrouwtje met een 'lok'nest en bouwt daarna het echte nest, goed verborgen in doornige struiken. Het is een open komvormige structuur bekleedt met spinnenwebben en de zijde van rupsencocons. Mannetjes zijn polygaam, zodra een vrouwtje gaat leggen verleidt hij een volgend (Vogelbescherming Nederland).
Ze overwinteren in Oost-Afrika, met name in Kenia. Vooral jonge vogels trekken ook naar West-Europa en worden dan o.m. in ons land waargenomen. De Sperwergrasmus is een schaarse doortrekker. De meeste waarnemingen, voornamelijk ringvangsten, betreffen onvolwassen vogels. De trekperiode is half augustus-begin oktober, met de piek eind augustus en begin september. Voorjaarswaarnemingen, in de tweede helft van april en in mei, zijn bijzonder zeldzaam (bron: Sovon ).
In de periode 2000-2016 zijn bij het Vogelringstation Meijendel 24 Sperwergrasmussen geringd, in 2017 eentje. Lees het in het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel.
Deze soort beweegt zich zoekend naar insecten zwaar en relatief traag door vegetatie, meestal zeer geheimzinnig en is moeilijk te zien te krijgen. De zang lijkt op die van de grote Tuinfluiter, maar is korter en wat raspender.
Sperwergrasmussen broeden van Noord-Italië, Oost-Duitsland en Zuid-Zweden oost tot in Mongolië (Dutchbirding). Het leefgebied bestaat uit terrein met veel struikgewas (meidoorn, braam, hondsroos e.d.), afgewisseld met open plekken en hier en daar een boom. Het mannetje verleidt eerst een vrouwtje met een 'lok'nest en bouwt daarna het echte nest, goed verborgen in doornige struiken. Het is een open komvormige structuur bekleedt met spinnenwebben en de zijde van rupsencocons. Mannetjes zijn polygaam, zodra een vrouwtje gaat leggen verleidt hij een volgend (Vogelbescherming Nederland).
Ze overwinteren in Oost-Afrika, met name in Kenia. Vooral jonge vogels trekken ook naar West-Europa en worden dan o.m. in ons land waargenomen. De Sperwergrasmus is een schaarse doortrekker. De meeste waarnemingen, voornamelijk ringvangsten, betreffen onvolwassen vogels. De trekperiode is half augustus-begin oktober, met de piek eind augustus en begin september. Voorjaarswaarnemingen, in de tweede helft van april en in mei, zijn bijzonder zeldzaam (bron: Sovon ).
In de periode 2000-2016 zijn bij het Vogelringstation Meijendel 24 Sperwergrasmussen geringd, in 2017 eentje. Lees het in het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel.