Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Glanskop lijkt sprekend op de Matkop en wordt hiermee gemakkelijk verwisseld. Er zijn in het uiterlijk enkele kleine verschillen, maar het is lastig die te gebruiken voor een positieve determinatie. Ook verschillen in zang geven lang niet altijd uitsluitsel, de roep lijkt een beter middel. Die van de Glanskop is vrij explosief en van de Matkop bescheiden en nasaal. Ook heeft de Matkop een voorkeur voor een wat ander biotoop.
De Glanskop is net als de Matkop een holenbroeder en maakt gebruik van bestaande holten in oude bomen. De Matkop hakt die holtes bij voorkeur zelf uit in dode stompen met een zachte structuur (berk, wilg, els). Glanskoppen hebben jaarlijks vaak twee legsels.
Lees een uitgebreidere verhandeling over het onderscheid en voorkomen van deze Glanskop en Matkop in Meijendel via deze link. De conclusie ervan is dat in Meijendel alleen nog de Glanskop voorkomt.
Voorkomen
Het aantal broedgevallen in Meijendel toonde jarenlang een licht stijgende trend (grafiek boven), echter sinds het jaar 2020 is het aantal vastgestelde territoria meer dan gehalveerd!
Vogelkenmerken
Loofbos- en holenbroeder, sterk gebonden aan eik/beuk.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van bos als hoofdhabitat. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van gemengd bos met loof- en naaldhout. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats.
Voedsel van volwassen vogels: voedsel adult/broedseizoen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Rupsen als belangrijke voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Rupsen als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Gedrag, ecologie en levenswijze: Broedsucces of vestiging beperkt door beschikbaarheid van nestholtes. Jaarronde binding aan territorium. Zangpiek al in winter of aan het einde van de winter.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.