Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
In Nederland komen Zwarte Mezen vooral voor op zandgronden, waar naaldbossen de belangrijkste leefgebieden vormen. Daar zoeken ze in de bovenste lagen van bij voorkeur hoge bomen naar insecten, liefst spinnen. In de winter eten Zwarte Mezen vooral zaden, waardoor ze ook wel in tuinen zijn waar te nemen op voedertafels en aan vetbollen. De Zwarte Mees is één van de vogelsoorten die van strenge winters sterk te lijden hebben.
Zwarte Mezen maken een nest in alle soorten holtes in bomen, maar ook in een oud muizenhol, in muren, oevers of een nestkastje. Tijdens het broeden wordt het vrouwtje door het mannetje gevoerd en als de 6-9 eitjes zijn uitgekomen brengen beide ouders de jongen groot.
Opmerkelijk is dat Engelsen de Zwarte Mees letterlijk vertaald 'Koolmees' noemen. Op zich wel logisch, want onze Koolmees (Great Tit) is veel kleurijker en minder grauw dan deze (in het Engels) 'Coal Tit'.
Voorkomen
Het aantal Zwarte Mezen in Meijendel is nooit echt hoog geweest, uitschieters waren er in 2002 en 2008 met tien territoria.
Vogelkenmerken
Kleine actieve mees, leeft vooral in naald- en gemengde bossen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Sterke binding aan naaldbos of naaldhoutopslag. Sterke voorkeur voor sparrenbos. Foerageren hoog in sparrenkronen.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen voedsel adult/broedseizoen
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in konijnenhol, oeverhol of andere ondergrondse gang. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Nest in muizenhol of vergelijkbaar klein grondhol. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Gedrag, ecologie en levenswijze: Vrouwtjes zingen incidenteel. Juvenielen zwerven groepsgewijs uit. Jaarronde binding aan territorium. Zangpiek al in winter of aan het einde van de winter.