Terug naar soorten

Zwarte Mees

Periparus ater Mezen

Broedvogel Rode lijst GE|
42jaren
110territoria
10hoogste jaar

1975 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zwarte Mees
Zwarte Mees Foto: Marton Berntsen · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Zwarte Mees is hoofdzakelijk een standvogel en de kleinste van de mezensoorten. Hij lijkt op de Koolmees, maar is dus een stuk kleiner en veel bleker van kleur, bovendien heeft hij een markante witte vlek op zijn achterhoofd. Zwarte Mezen hebben ook een klein kuifje, dat ze opzetten wanneer ze zich ergens druk om maken.

In Nederland komen Zwarte Mezen vooral voor op zandgronden, waar naaldbossen de belangrijkste leefgebieden vormen. Daar zoeken ze in de bovenste lagen van bij voorkeur hoge bomen naar insecten, liefst spinnen. In de winter eten Zwarte Mezen vooral zaden, waardoor ze ook wel in tuinen zijn waar te nemen op voedertafels en aan vetbollen. De Zwarte Mees is één van de vogelsoorten die van strenge winters sterk te lijden hebben.

Zwarte Mezen maken een nest in alle soorten holtes in bomen, maar ook in een oud muizenhol, in muren, oevers of een nestkastje. Tijdens het broeden wordt het vrouwtje door het mannetje gevoerd en als de 6-9 eitjes zijn uitgekomen brengen beide ouders de jongen groot.

Opmerkelijk is dat Engelsen de Zwarte Mees letterlijk vertaald 'Koolmees' noemen. Op zich wel logisch, want onze Koolmees (Great Tit) is veel kleurijker en minder grauw dan deze (in het Engels) 'Coal Tit'.

Voorkomen

Zwarte Mezen namen in de twintigste eeuw een tijdlang toe in het kielzog van massale aanplant van naaldbomen. Vanaf 1985 vertonen de aantallen een tendens tot afname. De omzetting van aanplant van naaldhout in meer natuurlijker loofbos verklaart deze afname maar ten dele (bron: zie vogel.asp r398).

Het aantal Zwarte Mezen in Meijendel is nooit echt hoog geweest, uitschieters waren er in 2002 en 2008 met tien territoria.

Vogelkenmerken

Kleine actieve mees, leeft vooral in naald- en gemengde bossen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Sterke binding aan naaldbos of naaldhoutopslag. Sterke voorkeur voor sparrenbos. Foerageren hoog in sparrenkronen.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen voedsel adult/broedseizoen

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in konijnenhol, oeverhol of andere ondergrondse gang. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Nest in muizenhol of vergelijkbaar klein grondhol. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Gedrag, ecologie en levenswijze: Vrouwtjes zingen incidenteel. Juvenielen zwerven groepsgewijs uit. Jaarronde binding aan territorium. Zangpiek al in winter of aan het einde van de winter.

Bescherming

Zwarte Mezen namen lang in aantal toe als gevolg van de massale aanplant van naaldbomen. Vanaf ongeveer 1985 is er sprake van een afname. Het is aannemelijk dat de afname in Nederland deels verband houdt met het verminderde areaal naaldhout, een gevolg van omvorming in natuurlijker bos (met meer loofhout) of heide. Vermoedelijk is er echter meer aan de hand, aangezien de afname ook resterende naaldbossen treft. Nader onderzocht moet worden in hoeverre afnames van prooidieren (ongewervelden) in bossen meespelen. Bij Koolmezen en Zwarte Mezen is recent ontdekt dat kalkgebrek in verzuurde (naald)bossen de oorzaak is van dunne eischalen en misgroeide jongen (bron: Vogelbescherming Nederland ).