Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Ze zijn natuurlijk makkelijk te herkennen aan de trotse kuif op de zwart-wit getekende kop en hals. Maar dat betekent niet dat ze ook makkelijk waar te nemen zijn. Integendeel, ze zoeken hun voedsel meestal hoog in de bomen, waar ze door het bruine en vuilwitte verenpak niet zo opvallen. Het zachte, snorrende 'tsurr-tsurr-tsurr' verraadt dan meestal eerst de aanwezigheid.
Kuifmezen zijn sterk territorium gebonden, ook in de winter. Alleen jonge vogels vormen in de winter groepjes waarin ze rondzwerven. Maar als eenmaal een territorium is bezet zal een Kuifmees dat niet meer verlaten.
De Kuifmees gebruikt bij voorkeur een bestaande holte voor het nest. Als die niet beschikbaar is, hakt het vrouwtje een holte uit in een vermolmde berkenboom. Samen bekleden ze dat met haar, veertjes of wol. Dan legt het vrouwtje er 5-6 eieren in die ze alleen uitbroedt. Beide ouders voeren de jongen. Soms volgt een tweede legsel.
Het voedsel van Kuifmezen bestaat uit insecten en spinnen. 's Winters eten ze ook zaden uit dennen- en sparrenkegels of jeneverbessen.
Voorheen was de latijnse naam van de Kuifmees Parus cristatus en maakte deze soort net als de meeste andere Mezen deel uit van het geslacht Parus (*). Maar ornithologen hebben geoordeeld dat de verschillen met die andere Mezen substantieel zijn en indeling in een 'eigen' geslacht rechtvaardigen.
Daarom zijn Kuifmezen nu in het geslacht Lophophanes geplaatst.
(*) De Staartmees is ingedeeld bij de Staartmezen Aegithalidae en niet bij de Mezen Paridae
Voorkomen
In Meijendel broedt jaarlijks een gering aantal Kuifmezen. Begin deze eeuw was er gedurende een aantal jaren een piek naar 11 territoria.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Sterke binding aan naaldbos of naaldhoutopslag. Gebruik van gemengd naald- en loofbos.
Nestplaats en nestbouw: Nest in vermolmd of rottend hout. Zelf uitgehakte of zelf uitgeholde nestholte. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Gedrag, ecologie en levenswijze: Langdurige paarband. Jaarronde binding aan territorium. Zangpiek al in winter of aan het einde van de winter.