Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Staartmezen komen in vrijwel heel EurAzië voor, m.u.v. de meest noordelijke zone. Er zijn liefst 17 ondersoorten die regionaal gescheiden voorkomen (zie hieronder). Staartmezen zijn standvogels van loof- en gemengd bos met rijke ondergroei. Anders dan Kool- en Pimpelmezen komen ze nauwelijks voor in tuinen en buitensteden.
Al in februari wordt met de bouw van het koepelvormige nest begonnen. Het is een heel bewerkelijk nest waarbij een geraamte wordt gevuld met haren en donsveertjes. De buitenkant wordt afgewerkt met spinrag en stukjes korstmos (zie foto). Hierin worden tot wel 12 eieren gelegd die door het vrouwtje worden uitgebroed. Ze moet daarbij haar staart over de rug dubbelvouwen om fatsoenlijk in het nest te passen. Beide ouders verzorgen de jongen.
Het zijn zeer sociale vogels: buiten het broedseizoen leven ze vooral in rondzwervende familiegroepjes. Ze delen het voedsel en wachten op elkaar om gezamenlijk verder te trekken. Ze houden daarbij contact door een kort trillend roepje.
De Noord-Europese ondersoort Witkopstaartmees, met geheel witte kop en scherp afgetekende nekband, verschijnt slechts bij uitzondering in ons land. Overigens broeden heel wat witkoppige Staartmezen bij ons; groepen van uitsluitend witkoppige vogels (duidend op Witkopstaartmees) zijn zeldzaam (bron: Sovon ).
Taxonomie
Aanvankelijk werd de Staartmees geplaatst in het geslacht Parus van de familie der Mezen (Paridae), maar ze verschillen in diverse aspecten, zoals nestbouw en de vroege rui van de juvenielen. Ook het DNA verschilt voldoende om een afzonderlijke familie te rechtvaardigen, de Staartmezen (Aegithalidae).
Voorkomen
De soort lijkt weinig last te hebben van koude winters, tenzij die met veel ijzel gepaard gaan. De landelijke aantallen namen om onbekende redenen af in de jaren negentig en schommelen sindsdien op lager niveau (bron: zie vogel.asp r398).
De populatie in Meijendel lijkt stabiel, wat uitschieters daargelaten.
Vogelkenmerken
Sociale mees met bolvormig nest en helpersysteem.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep, Zwartkop-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Rupsen als belangrijke voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Overkoepeld of koepelvormig nest. Hangend nest, meestal aan twijg of tak. Nest in struiken of struweelvegetatie. Geweven nest bevestigd tussen meerdere stengels of vegetatiestructuren.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.
Achtergrond
Ondersoorten van de Staartmees
Deze kaart toont de ondersoorten van de Staartmees. Klik de kaart voor een vergroting.De kaart is van 'Donkey shot' at German Wikipedia [CC BY-SA 3.0] (grappig…)