Terug naar soorten

Staartmees

Aegithalos caudatus Staartmezen

Broedvogel
67jaren
2884territoria
85hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Staartmees
Staartmees Foto: Rhododendrites · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Een Staartmees is een klein vogeltje met een relatief zeer lange staart. De bovenzijde is zwart met een brede roze zoom, de onderzijde is wit en verloopt naar roze bij de onderbuik. De kop is wit met een brede zwarte oog-/wenkbrauwstreep.

Staartmezen komen in vrijwel heel EurAzië voor, m.u.v. de meest noordelijke zone. Er zijn liefst 17 ondersoorten die regionaal gescheiden voorkomen (zie hieronder). Staartmezen zijn standvogels van loof- en gemengd bos met rijke ondergroei. Anders dan Kool- en Pimpelmezen komen ze nauwelijks voor in tuinen en buitensteden.

Al in februari wordt met de bouw van het koepelvormige nest begonnen. Het is een heel bewerkelijk nest waarbij een geraamte wordt gevuld met haren en donsveertjes. De buitenkant wordt afgewerkt met spinrag en stukjes korstmos (zie foto). Hierin worden tot wel 12 eieren gelegd die door het vrouwtje worden uitgebroed. Ze moet daarbij haar staart over de rug dubbelvouwen om fatsoenlijk in het nest te passen. Beide ouders verzorgen de jongen.

Het zijn zeer sociale vogels: buiten het broedseizoen leven ze vooral in rondzwervende familiegroepjes. Ze delen het voedsel en wachten op elkaar om gezamenlijk verder te trekken. Ze houden daarbij contact door een kort trillend roepje.

De Noord-Europese ondersoort Witkopstaartmees, met geheel witte kop en scherp afgetekende nekband, verschijnt slechts bij uitzondering in ons land. Overigens broeden heel wat witkoppige Staartmezen bij ons; groepen van uitsluitend witkoppige vogels (duidend op Witkopstaartmees) zijn zeldzaam (bron: Sovon ).

Taxonomie
Aanvankelijk werd de Staartmees geplaatst in het geslacht Parus van de familie der Mezen (Paridae), maar ze verschillen in diverse aspecten, zoals nestbouw en de vroege rui van de juvenielen. Ook het DNA verschilt voldoende om een afzonderlijke familie te rechtvaardigen, de Staartmezen (Aegithalidae).

Voorkomen

Staartmezen zijn op de hoge gronden gewone broedvogels in bossen, tuinen en parken met voldoende ondergroei. In het westen en noorden van het land bleef het voorkomen lange tijd grotendeels beperkt tot de duinen, moerasbos en stedelijk gebied. In het laatste kwart van de twintigste eeuw heeft de soort zich hier uitgebreid dankzij uitbreiding van steden en bosaanplant in voorheen open landschap.

De soort lijkt weinig last te hebben van koude winters, tenzij die met veel ijzel gepaard gaan. De landelijke aantallen namen om onbekende redenen af in de jaren negentig en schommelen sindsdien op lager niveau (bron: zie vogel.asp r398).

De populatie in Meijendel lijkt stabiel, wat uitschieters daargelaten.

Vogelkenmerken

Sociale mees met bolvormig nest en helpersysteem.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep, Zwartkop-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Rupsen als belangrijke voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Overkoepeld of koepelvormig nest. Hangend nest, meestal aan twijg of tak. Nest in struiken of struweelvegetatie. Geweven nest bevestigd tussen meerdere stengels of vegetatiestructuren.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.

Achtergrond

Ondersoorten van de Staartmees
Deze kaart toont de ondersoorten van de Staartmees. Klik de kaart voor een vergroting.
De kaart is van 'Donkey shot' at German Wikipedia [CC BY-SA 3.0] (grappig…)