Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is één van de bekendste vogels in ons land, roodbruin van kleur met een lichte wenkbrauwstreep. Hij is bekend van de korte, licht gebandeerde en vrolijk opgewipte staart. Als je dit vogeltje zijn uitbundige lied hoort zingen sta je versteld van het geluid dat wordt geproduceerd! Vrijwel het hele jaar door is dit te horen, maar vooral in het voorjaar. Die zang bestaat uit drie delen, eerst wat noten met een triller, dan een roller en tot slot nog enkele volle noten (beluister onder aan deze pagina).
Deze vogel bevindt zich meestal laag in het struikgewas of andere begroeiing en is voortdurend in beweging. De lage, snorrende vlucht is opvallend snel. Deze kleine vogeltjes zijn erg gevoelig voor koude winters. In de koude nachten kruipen ze in groepen dicht tegen elkaar om warm te blijven. Toch moet de Winterkoning in strenge winters zware klappen incasseren (zie grafiek en tweede katern).
Een mannetje maakt verscheidene nesten. Het is een kogelvormig bouwsel van gras, bladeren en mos, met een opening aan de zijkant. Het wordt bij voorkeur in dichte ondergroei of een stapel hout verborgen. In het broedseizoen bouwt het mannetje er enkele waarvan het vrouwtje er één uitkiest. Dat bekleedt zij dan met dons en veertjes en legt er 5-8 eieren in. Zij bebroedt het legsel in haar eentje, beide ouders verzorgen de jongen. Meestal zijn er jaarlijks twee broedsels. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in een van de andere nesten (Vogelbescherming Nederland).
Een Winterkoning voedt zich voornamelijk met kleine insecten en larven, spinnetjes en ook zaadjes.
Voorkomen
De Winterkoning is als standvogel gevoelig voor koude winters, vooral ook voor sneeuwval. De landelijke stand wordt soms bijna gehalveerd door zulke winters maar herstelt hiervan binnen enkele jaren (bron: zie vogel.asp r398). In de grafiek rechts is goed te zien wat het effect van de strenge winter van 1995/1996 had op de stand van deze vogel. Zie ook de grafiek van de Waterral die een vergelijkbaar verloop laat zien.
Het effect van de strenge winters op het broedbestand van de Winterkoning in Meijdendel volgt de landelijke trend.
Vogelkenmerken
Klein luidruchtig zangvogeltje, leeft verborgen in dicht struikgewas.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Spinnen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.