Terug naar soorten

Heggenmus

Prunella modularis Heggenmussen

Broedvogel
68jaren
23257territoria
728hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Heggenmus
Heggenmus Foto: Åsa Berndtsson · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Heggenmus is niet verwant aan de Huismus. Hij heet ‘mus’ omdat vroeger alle kleine vogeltjes al snel een mus werden genoemd. Maar zijn snavel verraadt dat het hier, in tegenstelling tot de Huismus, om een insecteneter gaat. Hij scharrelt zijn voedsel op de grond bij elkaar, meestal in de ondergroei van bosjes.

De Heggenmus is in Nederland grotendeels een standvogel. De meeste trekkers zijn afkomstig uit Scandinavië en wellicht Noord-Duitsland. Onze broedvogels trekken niet of slechts een korte afstand. Bepaalde leefgebieden echter, zoals de duinen, worden in de herfst nagenoeg verlaten. Wellicht trekken deze Heggenmussen naar de stedelijke gebieden, om in tuinen voedsel te zoeken. Dan is de Heggenmus wat minder kieskeurig en eet ook kleine zaadjes.

Heggenmussen zingen een zacht en aangenaam, metaalachtig lied, in de regel vanaf de top van een struik. Vooral in de broedtijd zijn ze veelvuldig en al vroeg te horen. Ze leiden normaliter een onopvallend leven maar in de broedtijd zijn ze nog al eens te zien als ze achter elkaar aan jagen, regelmatig met z'n drieën. Mannetjes houden er vaak meer vrouwtjes op na en vrouwtjes paren met enige regelmaat met meerdere mannetjes. Voordat het sterkste mannetje met haar paart, tikt hij met de snavel tegen de cloaca totdat het zaad van het zwakkere wordt afgescheiden [*]. Het nest van halmen en gras wordt met mos en haar bekleed en vlak boven de grond gebouwd in dicht struikgewas. De 3-5 eieren worden door het vrouwtje uitgebroed, de jongen door beide ouders grootgebracht.
[*] Bron: het blad "Vogels", uitgegeven door Vogelbescherming Nederland, voorjaar 2013.

Voorkomen

Heggemussen broeden in vrijwel het hele land, maar zijn in het noordoosten wat schaarser dan elders. Nergens komen zo veel Heggenmussen voor als in bebouwing met veel groen, maar ook boerenland met veel heggen kan goed bezet zijn. In bossen is de Heggenmus veelal een randbewoner die tevens dichte jonge aanplant graag bezet.

De landelijke stand groeide in de twintigste eeuw, vooral door de toegenomen oppervlakte stedelijk gebied, waar tuinen en beplanting voor broedgelegenheid zorgen. De recente trend is stabiel met lichte schommelingen, deels samenhangend met inzinkingen na koudere winters (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Stille struik- en haagvogel met bodemfoeragerende leefwijze.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. Rupsen als belangrijke voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Spinnen als voedselbron.

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.