Terug naar soorten

Roodborst

Erithacus rubecula Vliegenvangers

Broedvogel
65jaren
10200territoria
311hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Roodborst
Roodborst Foto: Francis C. Franklin · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Roodborst is van oorsprong een vogel van loofbossen, maar komt nu overal voor waar gebieden met dicht struikgewas worden afgewisseld met open plekken. Ook tuinen behoren tot zijn biotoop, hij laat zich daar vaak en vooral in de winter veelvuldig zien.

Een Roodborst is niet per sé schuw, zelfs nieuwsgierig, maar erg territoriaal. Het mannetje verdedigt zijn gebied met een gevarieerd en melancholiek lied, vaak met opgezette borstveren. Hij zoekt voor zijn territorium bij voorkeur naar plekken waar zij het nest op een goed beschutte plaats op de grond kan maken. Daarin worden zo’n 4 tot 6 eieren gelegd die door het wijfje worden uitgebroed. Beide ouders verzorgen de jongen.

Deze soort is een trekvogel in Europa. Hoewel het lijkt alsof deze vogels het hele jaar door in Nederland verblijven, trekken ‘de onze’ in de winter naar het zuiden. Hun plaatsten worden ingenomen door noordelijke soortgenoten die de winter in West-Europa doorbrengen.

Voorkomen

Roodborsten ontbreken alleen in boomarme landschappen. De dichtheden zijn het hoogst in bossen met een goed ontwikkelde struik- en kruidlaag. In dennenbossen met weinig ondergroei zijn de dichtheden veel lager, net als in agrarisch cultuurland en stedelijk gebied. De soort breidde zich sinds ongeveer 1975 uit in het westen en noorden van het land dankzij aanplant van bosjes in voorheen zeer open landschappen. De landelijke aantallen zijn sinds 1990 amper meer gegroeid. Ze vertonen inzinkingen na strenge winters zoals midden jaren tachtig en negentig. Hiervan herstelt de populatie vlot (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Territoriale bos- en struweelvogel met brede nestniche.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden grote insecten fruit en bessen zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Spinnen als voedselbron.

Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Grondnest. Open grondnest. Nest in struiken of struweelvegetatie. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.