Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenZang van Roodborsttapuit
Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Roodborsttapuiten broeden in ruig en open, schaars begroeid landschap, vaak met struiken en/of heide, of, zoals in Meijendel, met duindoorns. Vanaf Maart wordt de man op zijn zangpost bovenop een struik of klein boompje gezien. Zijn liedje lijkt wel wat op dat van een Heggenmus, maar is veel zachter en korter. De Engelse naam 'Stonechat' heeft deze soort te danken aan de roep die lijkt alsof er twee stenen op elkaar worden geslagen. Ze eten voornamelijk insecten en larven, maar ook wel wormen, zaden of bessen.
Het vrouwtje maakt het nest op de grond of vlak erboven. Het is meestal een stevige kom van gras en mos en bekleed met zachter materiaal. Daar komen 5-6 eieren in te liggen die zij alleen uitbroedt. De jongen worden door beide ouders grootgebracht.
Voorkomen
Het aantal territoria in Meijendel vertoont deze eeuw een wisseld verloop en volgt niet geheel de landelijke ontwikkeling van voortdurend stijgende aantallen. Van 2005-2010 is een forse terugval te zien. De laatste paar jaar is weer een stijgende lijn te constateren.
Vogelkenmerken
Soort van ruige halfopen landschappen met zangposten op struiken/palen.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0