Terug naar soorten

Grauwe Vliegenvanger

Muscicapa striata Vliegenvangers

Broedvogel Rode lijst GE|
48jaren
232territoria
16hoogste jaar

1963 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Grauwe Vliegenvanger
Foto: Alun Williams333 CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Grauwe Vliegenvanger

Opname: Alexander Kürthy · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Grauwe Vliegenvanger is van april tot begin oktober een zomergast. Het is een vrij talrijke broedvogel en doortrekker in vrij groot aantal. Het zijn trekvogels die lange afstanden afleggen, tot ver zuid van de evenaar; ze zijn tot in Zuid-Afrika en Angola teruggevonden.

Het is een onopvallende vogel die zich ophoudt in bosranden en open bossen, ook in parken en tuinen komt hij voor. Die onopvallende aanwezigheid komt mede door het vaal-bruin gestreepte verenpak, van boven is dat grijsbruin, van onderen licht. Van zang is bij deze soort nauwelijks sprake, het zijn een handvol wat piepende geluidjes die aan een stroef, langzaamdraaiend wiel doen denken.

Een Grauwe Vliegenvanger zit meestal rustig, rechtop op een uitkijkpost in de bosrand te wachten op een langsvliegend insect. Menig passant zal zijn aanwezigheid niet opvallen totdat hij opvliegt om een insect te vangen. Soms moet hij in de vangvlucht wat capriolen uithalen, maar hij is trefzeker en mist bijna nooit. Ook worden insecten van de onderkant van bladeren afgeplukt. In de regel keert deze Vliegenvanger naar dezelfde uitkijkpost terug, iets wat de Bonte neef eigenlijk nooit zal doen.

Deze soort keert jaar in jaar uit naar dezelfde broedplaats terug. Het nest is komvormig, gemaakt van gras, worteltjes en dunne takjes gevoerd met zacht materiaal als wol, mos en haar. Het bevindt zich op een beschutte plaats op een richel, in een spleet of in klimop of zo. Nestkasten met een zeer grote opening worden ook wel gebruikt. Het legsel bestaat uit 4-5 eieren die het vrouwtje uitbroedt. De jongen worden door beide ouders gevoerd. Meestal is er maar één legsel, heel soms twee.

Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit allerlei vliegende insecten zoals vliegen en langpootmuggen, maar ook vlinders en wespen.

Voorkomen

De hoogste dichtheden Grauwe Vliegenvanger zijn in oud loofbos en kleinschalig boerenland met uitgegroeide houtwallen en erven, naast dorpen met oude tuinen en parken. De landelijke verspreiding bleef na 1975 min of meer ongewijzigd. De aantallen namen echter bijna continu af, net als elders in grote delen van West-Europa. Een duidelijk verband met bijv. neerslag in de West-Afrikaanse overwinteringsgebieden ontbreekt. Dit suggereert dat de afname vooral te wijten is aan verslechterende milieuomstandigheden in de broedgebieden. Lokale kleine toenames hangen samen met het ouder (en geschikter) worden van bos.

In Meijendel worden jaarlijks slechts enkele broedterritoria geteld, de laatste jaren evenwel in toenemende mate; 2017 is (voorlopig) een nieuwe uitschieter met 13 broedparen!

Vogelkenmerken

Voedsel vooral Grotere insecten als dominante prooigroep en nachtvlinders.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: overwegend (klasseproxy 75%). Foerageersubstraat: lucht. Foerageermethode: uitvaljacht.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: nestkast. Oorsprong nestholte: kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0

Bescherming

De afname in agrarisch cultuurlandschap staat vermoedelijk in verband met verlies aan nesthabitat (o.a. hoogstamboomgaarden, houtwallen) en vooral voedselschaarste (afname insecten). De situatie in de Afrikaanse trek- en overwinteringsgebieden speelt mogelijk een doorslaggevende rol, vooral de uitbreiding van de Sahara. De soort trekt in kleine etappen.