Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een zomergast, arriveert zo in maart en vertrekt uiterlijk in oktober. Hij overwintert dan in het Middellandse-Zeegebied en tot in Zuid-Azië.
De Zwarte Roodstaart doet zijn naam zeker eer aan: het mannetje is roetzwart en heeft een witte vlek op de vleugel, het vrouwtje is meer grijzig en mist de vleugelvlek. Zijn opvallendste kenmerk is de onrustige, voortdurend trillende, roestkleurige staart.
Zwarte Roodstaarten broeden in allerlei holten in bomen of stenige substraten: van oorsprong in rotsspleten, tegenwoordig ook op warme en droge plaatsen als ontluchtingsgaten in spouwmuren. Het vrouwtje bouwt een nest van gras, mos en worteltjes op richels, onder dakpannen en in spleten. Ze voert het met fijner materiaal zoals haren en veertjes, en legt er 4-6 eieren in die ze alleen uitbroedt. De jongen worden door beide ouders grootgebracht. Soms volgt er een tweede broedsel en in een enkel geval zelfs een derde.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten die vaak, zoals het een echte Vliegenvanger betaamt, uit de lucht worden geplukt. Verder eten ze spinnen en duizendpoten, soms bessen.
Voorkomen
Mogelijk zijn de sinds 2015 vastgestelde territoria in Meijendel het resultaat van genoemde uitbreiding naar het westen van ons land.
Vogelkenmerken
Stedelijke zangvogel, broedt op gebouwen en jaagt op insecten.
Ecologische vogelgroepen: Zwarte Roodstaart-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Spinnen als voedselbron.
Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie.
Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.