Terug naar soorten

Zwarte Roodstaart

Phoenicurus ochruros Vliegenvangers

Broedvogel
20jaren
34territoria
4hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zwarte Roodstaart
Zwarte Roodstaart Foto: Stefan-Xp · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Begin vorige eeuw was deze soort nog zeldzaam in Nederland. De Zwarte roodstaart voelt zich namenlijk vooral thuis in droge, rotsachtige gebieden zoals in de Ardennen. Maar geleidelijk aan is deze roodstaart zich gaan aanpassen aan de verstedelijking en tegenwoordig vormen flatgebouwen, gebouwen met torens, schuttingen, tuinen en wat dies meer zij, een prima alternatief voor de natuurlijke habitat. Zo heeft hij zich naar het noorden en westen uitgebreid. Hij zoekt zijn voedsel nu net zo makkelijk op braakliggende terreinen in de buurt van nieuwbouw of een saneringswijk als in zijn oorspronkelijke biotoop.

Het is een zomergast, arriveert zo in maart en vertrekt uiterlijk in oktober. Hij overwintert dan in het Middellandse-Zeegebied en tot in Zuid-Azië.

De Zwarte Roodstaart doet zijn naam zeker eer aan: het mannetje is roetzwart en heeft een witte vlek op de vleugel, het vrouwtje is meer grijzig en mist de vleugelvlek. Zijn opvallendste kenmerk is de onrustige, voortdurend trillende, roestkleurige staart.

Zwarte Roodstaarten broeden in allerlei holten in bomen of stenige substraten: van oorsprong in rotsspleten, tegenwoordig ook op warme en droge plaatsen als ontluchtingsgaten in spouwmuren. Het vrouwtje bouwt een nest van gras, mos en worteltjes op richels, onder dakpannen en in spleten. Ze voert het met fijner materiaal zoals haren en veertjes, en legt er 4-6 eieren in die ze alleen uitbroedt. De jongen worden door beide ouders grootgebracht. Soms volgt er een tweede broedsel en in een enkel geval zelfs een derde.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten die vaak, zoals het een echte Vliegenvanger betaamt, uit de lucht worden geplukt. Verder eten ze spinnen en duizendpoten, soms bessen.

Voorkomen

De afgelopen decennia heeft de Zwarte Roodstaart in Nederland een sterke opmars gemaakt, al is het dan met grote uitschieters. Vooral in de westelijke helft van het land heeft de soort aan terrein gewonnen. De landelijke aantallen zijn sinds 1990 min of meer stabiel maar vertonen wel fluctuaties. Dat inzinkingen deels samenvallen met strenge winters (midden jaren negentig) kan toeval zijn, immers, de Zwarte Roodstaart overwintert in het Middellandse-Zeegebied (bron: zie vogel.asp r398).

Mogelijk zijn de sinds 2015 vastgestelde territoria in Meijendel het resultaat van genoemde uitbreiding naar het westen van ons land.

Vogelkenmerken

Stedelijke zangvogel, broedt op gebouwen en jaagt op insecten.

Ecologische vogelgroepen: Zwarte Roodstaart-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Spinnen als voedselbron.

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie.

Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.