Terug naar soorten

Gekraagde Roodstaart

Phoenicurus phoenicurus Vliegenvangers

Broedvogel Rode lijst |
68jaren
5443territoria
203hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Gekraagde Roodstaart
Gekraagde Roodstaart Foto: Aconcagua ( talk ) · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

In combinatie met de andere elementen van zijn uiterlijk maakt dit de Gekraagde Roodstaart tot een van de fraaiere zangvogels van ons land. De roestbruine staart en stuit hebben deze zanger zijn naam bezorgd. Het is een zomergast die overwintert ten zuiden van de Sahara. Meestal in April komt hij terug naar zijn broedgebied.

De Gekraagde Roodstaart begint heel vroeg te zingen, ruim voor zonsopkomst is zijn lied al te horen. Het is vrij kort met, na een eenvoudige, gelijkklinkende aanhef, een gevarieerder stuk van een aantal noten met nu en dan imitiaties van andere vogelsoorten. Soms zingt het mannetje de hele dag door!

Deze roodstaart kiest open loofbossen, parken en soortgelijke boomrijke gebieden op hogere zandgronden en in de duinen, met daarin struiken en/of kruidige vegetatie. Hij trilt vaak met zijn staart terwijl hij op een tak zit te wachten op insecten die van de grond worden opgepikt of -getuige zijn familienaam- als een vliegenvanger uit de lucht plukt. Hij nestelt in boomholtes en -spleten. Het vrouwtje broedt en samen brengen ze de jongen groot. Meestal volgt een tweede broedsel.

Voorkomen

De Gekraagde Roodstaart was ooit een algemene broedvogel in Nederland, maar komt al lang niet meer overal voor.

Net als elders in de Nederlandse duinen was na een aanvankelijk positieve ontwikkeling in Meijendel jarenlang sprake van een afnemende tendens. Maar in de meest recente jaren is weer een behoorlijke stijging van het aantal broedgevallen te zien. De ontwikkeling in Meijendel volgde -getuige beide grafieken- daarbij globaal de landelijke trend; de laatste jaren lijkt daarin evenwel sprake van een breuk.

Discussie
Het lijkt er op dat de populatietrend minder door broedsucces, maar eerder door overleving wordt bepaald. Hierbij kan gedacht worden aan de overleving van juveniele vogels in de periode tussen uitvliegen en wegtrek, maar ook aan die van vogels in of op weg naar/van de winterkwartieren.

De Gekraagde Roodstaart overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara. De veronderstelling ligt voor de hand dat een deel van de jaarlijkse schommelingen van het aantal wordt verklaard door de hoeveelheid regenval in de Sahelzone van West Afrika, in de jaren van droogte zijn de overlevingskansen immers ongunstiger. Er blijkt echter geen eenduidig verband te zijn tussen deze schommeling en de neerslag in de Sahel, zoals wel het geval is bij enkele andere Afrikagangers. Mogelijk is de overleving afgenomen door andere oorzaken in de overwinteringsgebieden, zoals grootschalige kap van bomen in de savannegordel ten behoeve van veehouderij, landbouw en stookhout.

Een andere factor die een rol kan spelen is klimaatverandering. Wanneer trekvogels terugkeren naar hun broedgebieden, is het broedproces afgestemd op de timing van de voedselbronnen. De Gekraagde Roodstaart vertoont de laatse decennia een duidelijke vervroeging in de start van de eileg. Het nestsucces in ons land lijkt echter niet beïnvloed te zijn door deze vervroeging van de eileg.

Vogelkenmerken

Afrikatrekker en holenbroeder van halfopen boslandschap.

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep); Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van open dennenbos met zandige bodem en weinig ondergroei. Jagen vanaf vaste uitkijkposten zoals paaltjes, struiken of stenen. Gebruik van zonnige bosranden, open plekken of warme randen. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.

Voedsel van volwassen vogels: Kevers en torren als belangrijke prooigroep. Grotere vliegende insecten als voedselbron. grote insecten fruit en bessen

Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. jongenvoedsel

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Nest in dode stam, rottend hout of modderige houtstructuur. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Gedrag, ecologie en levenswijze: Zang of activiteit vooral rond zonsopkomst en zonsondergang. Late aankomst uit overwinteringsgebied. Nachtelijke zangactiviteit.

Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen.