Terug naar soorten

Bonte Vliegenvanger

Ficedula hypoleuca Vliegenvangers

Broedvogel Rode lijst |
19jaren
61territoria
7hoogste jaar

1974 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Bonte Vliegenvanger
Bonte Vliegenvanger Foto: Mark Medcalf · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Bonte Vliegenvanger is een zomergast die voornamelijk in het oosten en zuidoosten van Nederland broedt, in het westen (Meijendel) wordt deze soort zelden gezien. Hij houdt van gemengde- en loofbossen liefst met oude eiken, maar wordt ook veel gezien in parken en boomgaarden. Na de broedtijd trekken ze zuidwaarts, dwars door de Sahara, naar tropisch West-Afrika, zuid van de Sahel.

Het zwart-witte verenkleed is kenmerkend, vooral bij de man, het vrouwtje is meer grijs dan zwart gevlekt. Na de broedtijd wordt het zwart van de man minder intens en meer grijsbruin als bij een vrouwtje. De keel en onderkant zijn wit en er zit een witte vlek op de vleugels. Ook zitten er twee kleine witte vlekken naast elkaar op het voorhoofd, pal boven de snavel. Waar de Grauwe Vliegenvanger opvallend rechtop zit, kenmerkt de zit van de Bonte zich door een nogal vlakke houding.

Zoals het een echte vliegenvanger betaamt vangt deze soort voorbijvliegende insecten vooral in de volle vlucht. Hij keert na de vangvlucht meestal niet terug naar zijn vertrekpost, dit in tegenstelling tot de Grauwe. Niet zelden brengt hij de prooi naar de grond. Verder bestaat het voedsel uit rupsjes en larven, spinnetjes, mieren en dergelijke.

De Bonte Vliegenvanger is een holenbroeder die een voorkeur heeft voor nestkasten maar ook wel bestaande natuurlijke boomholtes gebruikt. Na terugkeer van overwintering zoekt het mannetje de nestplaats uit. Als korte tijd later het vrouwtje komt, bouwt zij er het nest van bladeren, schors en grassprieten en bekleedt het met zacht materiaal als (paarden)haar, wol en veertjes. Ze legt er 5-8 eieren in die zij alleen bebroedt; het mannetje voert haar tijdens het broeden. Samen verzorgen ze de jongen. Meestal is er maar één legsel.

Deze vliegenvanger lijkt nogal op de Withalsvliegenvanger, maar die komt in Nederland nauwelijks voor; er is deze eeuw overigens wel één Withalsvliegenvanger geringd door het vogelringstation Meijendel.
Kijk verder in de vogelgids van Vogelbescherming Nederland of op Sovon.

Voorkomen

In de tweede helft van vorige eeuw daalde het aantal broedparen van deze soort in ons land tot een dieptepunt in 2000; toen waren er naar schatting nog 14.000-18.000 broedende paren. Sindsdien is dit aantal in Nederland weer behoorlijk gegroeid, getuige de grafiek rechts.

Het voorkomen in Laag-Nederland, inclusief de duinstreek, is erg lokaal (bron: zie vogel.asp r398). Zo komt de Bonte Vliegenvanger ook in Meijendel slechts incidenteel tot broeden; zie de grafiek boven.

De Bonte Vliegenvanger is een belangrijke modelsoort geworden om effecten van klimaatverandering te bestuderen. Er zijn een aantal artikelen over deze soort verschenen. Lees hier de samenvatting van een uitgebreide analyse gepubliceerd in het blad Limosa (84.1 - 2011).

Vogelkenmerken

Trekvogel van loofbossen, vangt insecten vanuit uitkijkposten.

Ecologische vogelgroepen: Overige soorten. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren vliegend in de lucht. Jachtvlucht vanaf een zitpost naar vliegende prooien en terug. Gebruik van zonnige bosranden, open plekken of warme randen.

Voedsel van volwassen vogels: Rupsen als belangrijke voedselbron.

Voedsel voor jongen: Rupsen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Nestkast, platform of kunstmatige holte. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Gedrag, ecologie en levenswijze: Late aankomst uit overwinteringsgebied. Mannetje kan meerdere vrouwtjes hebben.