Terug naar soorten

Paapje

Saxicola rubetra Vliegenvangers

Broedvogel Rode lijst BE|
28jaren
157territoria
14hoogste jaar

1958 t/m 2000 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Paapje
Paapje Foto: El Golli Mohamed · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Het Paapje is een zomergast die in tropisch Afrika overwintert. Deze vogel lijkt wel wat op zijn neef de Roodborsttapuit, maar de borst is ietsje minder fel oranje gekleurd en vooral de sterke witte wenkbauwstreep valt op; die streep is bij het vrouwtje wat bruinig gekleurd.

Paapjes houden van een open landschap om een territorium in te claimen zoals heidevelden, duinvalleien maar ook weilanden en hooivelden met heggen. Er moet wel voldoende bodembegroeiing zijn om een nest in te bouwen, en ook wat hogere zangposten om het territorium vanaf te markeren. De zang is een kort, eenvoudig liedje waarin soms andere vogels worden geïmiteerd. De roep is een scherp 'tik-tik' een beetje zoals de Roodborsttapuit.

Paapjes vliegen laag en golvend van de ene plant naar de ander, op zoek naar insekten en plukken deze als een echte vliegenvanger uit de lucht. Ook zoeken ze hun voedsel op de grond, dan zijn het larven en wormen.

Het vrouwtje is verantwoordelijk voor de bouw van het nest van grassprieten en mos, soms met een tunneltje er naar toe. Ze legt er 5-7 eieren in die ze alleen uitbroedt. Beide ouders voeren de jongen. Soms volgt een tweede leg.

Voorkomen

Het Paapje was tot 1970 een vrij normale broedvogel in grote delen van het land. Van de aantallen van toen is nog niet eenderde over en de soort verdween bijna volledig uit de duinen en het oosten en zuiden van het land. Bolwerken vinden we alleen nog in het noordoosten, zoals het Fochteloërveen, met in sommige jaren rond 100 paartjes. De afname is een gevolg van intensivering van agrarisch grondgebruik en verdroging of verbossing van natuurgebieden. Sinds de eeuwwisseling zijn de aantallen niet verder gedaald. Natuurontwikkeling, vernatting van heideterreinen en aangepast graslandbeheer weten de afname in Noordoost-Nederland deels af te remmen (bron: zie vogel.asp r398).

In Meijendel is slechts incidenteel een territorium vastgesteld, meestal in een duinvallei.

Vogelkenmerken

Kleine trekvogel van kruidenrijke graslanden en vochtige hooilanden.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Fazant-groep); Vogels van open heide (Wulp-groep); Weidevogels (Grutto-groep); Struweelvogels (Rietgors-groep). Rode Lijst: RL: Bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van lage uitkijkposten voor zang of jacht. Foerageren op vochtige bodem of natte modderranden. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.

Voedsel van volwassen vogels: Kevers en torren als belangrijke prooigroep. Rupsen als belangrijke voedselbron. grote insecten

Voedsel voor jongen: Kevers en torren als jongenvoedsel. Rupsen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking. Nest in ruigtevegetatie.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Paarvorming tijdens trek. Territoriaal zingend mannetje zonder partner.

Bescherming

Ten opzichte van de jaren vijftig van de vorige eeuw is de broedpopulatie van het Paapje met 90% afgenomen. De belangrijkste oorzaken voor de afname zijn: het omzetten van hooiland in gras- of maïsland, de verdroging van voorheen vochtige graslanden en de steeds vroegere eerste maaidatum van hooiland. Verruiging en verdroging spelen ook een rol in het deels ongeschikt worden van heide en duingebieden. In Drenthe vertoont de soort een duidelijke voorkeur voor extensief beheerde graslanden en bermen met een rijke insectenfauna. Intensief gebruikte weilanden met een homogene Engels raaigras-vegetatie zijn niet geschikt (bron: Vogelbescherming Nederland ).