Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het onderscheid wordt het makkelijkst gemaakt door de zang; de Tjiftjaf roept zijn eigen naam terwijl de Fitis een weemoedige reeks van dalende tonen ten gehore brengt. De lokroep van beiden daarentegen is nagenoeg hetzelfde. En ook het biotoop is behoorlijk gelijk, gevarieerd bebost terrein, parken en tuinen met een weelderige ondergroei. De Tjiftjaf prefereert daarin de hogere bomen. Hij is daar te zien, rusteloos op zoek naar zijn voedsel t.w. kleine insecten zoals rupsen, spinnen en mugjes.
De Tjiftjaf komt als één van de eerste zomergasten terug uit de wintergebieden; zo vanaf begin april is zijn zang weer te horen als teken van de aanbrekende lente. Het vrouwtje bouwt een koepelvormig nest van droog gras, bekleed met veren. Daarin worden 6 à 7 eieren gelegd die door beide ouders worden uitgebroed. Zij brengen de jongen samen groot en meestal hebben ze twee legsels.
Voorkomen
In milde winters overwinteren honderden Tjiftjaffen in ons land, met name in het westen en zuiden en in het rivierengebied. Ze zoeken veelal stedelijk gebied op of struweel en ruigte nabij water (bron: zie vogel.asp r398).
Vogelkenmerken
Kleine algemene boszanger, herkenbaar aan monotone tjif-tjaf-zang.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Rupsen als belangrijke voedselbron. Spinnen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie.
Migratie: Overwintering of trek richting Middellandse Zeegebied. Trekkend gedrag algemeen. Korte- tot middellange-afstandstrekker Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.
Achtergrond
De Iberische en de Siberische Tjiftjaf
Op deze site staan een drietal Tjiftjaffen. De 'gewone' Tjiftjaf, de Iberische en de Siberische Tjiftjaf.de Iberische Tjiftjaf (Phylloscopus ibericus) is lang als een ondersoort beschouwd, maar is inmiddels afgesplitst en wordt als zodanig beschreven op deze pagina. Deze vogel komt voor in Zuidwest-Frankrijk, West-Spanje en Portugal. Het is een zeldzame dwaalgast in Nederland en in 2017 vier keer waargenomen.
![]() |
| Foto: Dibyendu Ash [CC BY-SA 4.0] Klik foto voor vergroting. |
Het is een zeldzame dwaalgast in Nederland en doet al dwalend ook incidenteel Meijendel aan. In de periode 2000-2016 is de Siberische Tjiftjaf 19 keer in de mistnetten van het vogelringstation Meijendel beland, in 2017 zelfs zes keer (zie blz 16 en 21 van het verslag ).
De Siberische Tjiftjaf is lastig te onderscheiden van de 'gewone' Tjiftjaf. De zang kan uitsluitsel geven en is onderaan deze pagina ter vergelijking te beluisteren. Op de site 'Birding Netherlands' staat een goed artikel over de identificatie van de Siberisch Tjiftjaf. In dat artikel wordt gesteld dat ook het verenkleed tot een juist onderscheid kan leiden: daar waar de Tjiftjaf groene en gele tinten toont zijn die delen bij de SIberische Tjiftjaf vaalgeel ('buff'). Het onderscheid is duidelijk zichtbaar op een foto in dat artikel. Lees het hele betoog via deze link.
Meer informatie over de Siberische Tjiftjaf: WIKIPEDIA - Dutch Birding
