Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Fitis en de Tjiftjaf lijken veel op elkaar. De Fitis heeft t.o.v. de Tjiftjaf wat lichtere poten en een duidelijker wenkbrauwstreep. Ze worden het best op zang onderscheiden. De Fitis zingt een weemoedige reeks van dalende tonen, de Tjiftjaf daarentegen lijkt schel enkele malen zijn eigen naam te roepen.
Voorkomen
De Fitis komt in grote aantallen in Meijendel voor en al neemt het aantal territoria geleidelijk aan af, hij staat steevast in de 'Top 10' van meest succesvolle broedvogels van Meijendel.
Vogelkenmerken
Zomergast van jonge opslag, wilgenstruweel en lage vegetatie; insectivoor met dalende zang en verborgen grondnest.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Zang met duidelijk dalende of aflopende frasering. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren laag in struiken, kruidlaag of ondergroei. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Kenmerkende tweetonige contactroep. Gebruik van wilgenstruweel of jonge wilgenopslag. Gebruik van jonge successiestadia van bos en opslag. Territoriale zangvlucht als opvallend gedragselement.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden kleine spinnen Spinnen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Zachte geleedpotigen als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Overkoepeld grasnest op of laag bij de grond. Grondnest. Nest in mos- of strooisellaag op de grond.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Herhaald voedseltransport naar een verborgen nestlocatie. Opvallend lange handpenprojectie. Zang vanaf lage struiken of lage zangposten. Opvallend transport van nestmateriaal. Zang vertraagt, verzwakt of daalt naar het einde. Tweetonige contactroep. Opvallende gele mondhoek bij juvenielen.
Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen.