Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Gele kwikstaarten hebben een voorkeur voor open landbouwgebieden met een dichte vegetatie to 50 cm hoog. Tijdens het lopen wippen ze de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer, het typische 'kwikken' van deze familie.
Het zijn insecteneters. Vaak zijn ze te zien tussen grazend vee, ze pikken dan de insecten op die door de grote dieren worden opgejaagd. Soms zie je ze ook op een omheining van weide of akker zitten. De vlucht is meestal laag boven de grond en wordt gekenmerkt door golvende bewegingen.
Het nest wordt door het wijfje in een kuiltje gebouwd van gras, stengels en wortels, bekleed met haar. Het is uitermate goed verborgen in hoge vegetatie. Er worden 5-6 eieren in gelegd die het vrouwtje uitbroedt. Beide ouders brengen de jongen groot.
Voorkomen
Hoewel de aantallen fluctueren, is de Nederlandse populatie grosso modo afgenomen, sinds de jaren zestig tussen de 50% en 75%. Op grasland is de achteruitgang tot zo'n 90% harder gegaan dan op bouwland. Het aantal broedparen is 40.000-50.000 (in 1998-2000) (bron: Vogelbescherming Nederland ).
Vogelkenmerken
Slanke insecteneter van natte graslanden en open akkergebieden.
Ecologische vogelgroepen: Kievit-groep; Wulp-groep; Zomertaling-groep. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Rupsen als belangrijke voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking.
Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.
Achtergrond
Gele Kwikstaart en ondersoorten
In Europa zijn diverse, regionaal bepaalde, ondersoorten met elk een eigen koppatroon. Deze vormen worden door sommige auteurs ook als aparte soort beschouwd, maar ze staan als 10 ondersoorten op de IOC World Bird List. Zo ook de Engelse Kwikstaart, die in Nederland als aparte soort wordt beschouwd. Mannetjes van alle (onder)soorten en vormen zijn in het voorjaar goed te onderscheiden. In overlappende verspreidingsgebied komen vaak hybriden voor.In de nieuwsbrief van VBNL van mei 2017 staat een artikel over de verschillen tussen diverse geelgekleurde kwikstaarten.
Dit overzicht is overgenomen uit de ANWB Vogelgids van Europa.Bescherming
Het talrijkst zijn Gele Kwikken nog op bouwland, waar ze broeden in diverse gewassen. Vroeg in het seizoen is wintertarwe favoriet, volgende broedsels vinden meer plaats in breedbladige gewassen, zoals aardappelen. Ook bloembollen en wintergerst zijn populair, net als braakliggende gronden.
Droogte in de Sahel - overwinteringsgebied van de Gele Kwikstaart - pakt negatief uit voor deze vogel, die dan niet voldoende kan opvetten voor zijn reis naar het noorden (bron: Vogelbescherming Nederland ).