Terug naar soorten

Boompieper

Anthus trivialis Kwikstaarten

Broedvogel
68jaren
3757territoria
148hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Boompieper
Boompieper Foto: MPF · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Boompieper is een zomergast die in Afrika zuid van de Sahara overwintert. Na zijn terugkeer zoekt deze trekvogel een halfopen terrein op om te broeden. Een bosrand langs het binnenduin zoals in Meijendel voldoet in die zin uitstekend. Ze komen in Nederland vooral in het oosten voor, maar ook in duingebieden zoals in Meijendel.

De Boompieper is een typische pieper die van de sterk gelijkende Graspieper is te onderscheiden door zang en biotoop, zijn tekening is daarnaast van een iets warmere tint en wat contrastrijker. De zangvlucht is opvallend. Meestal vanuit een hoge post vliegt de Boompieper steil omhoog en begint te zingen. Als het hoogste punt bereikt is gaat het in een glijvlucht, zonder een vleugelslag, al zingend weer terug naar een hoog punt in de buurt. De Boompieper zingt ook regelmatig vanaf een hoge zangpost.

Boompiepers bouwen een nest op de grond op een onderlaag van mos en bekleed met gras en haar. In mei-juni komen daar 4 à 6 eieren in die door het vrouwtje alleen worden uitgebroed. Beide ouders voeren de jongen. Soms volgt een tweede broedsel.

Het voedsel van Boompiepers bestaat uit insecten en larven, soms sprinkhanen en ook spinnen.

Een zeldzame dwaalgast in het najaar in Nederland is de sterk gelijkende Siberische Boompieper.
Kijk in de vogelgids van Vogelbescherming Nederland voor meer informatie over die soort.

Voorkomen

De Boompieper verloor in de afgelopen tientallen jaren terrein in vooral het Deltagebied, het rivierengebied en delen van Zuid-Limburg, maar was daar nooit erg talrijk. In de voor de Boompieper belangrijker kerngebieden op de zandgronden van Oost- en Zuid-Nederland ontwikkelden de aantallen zich positief (bron: zie vogel.asp r398).

De Boompieper reageert sterk op het inzetten van begrazing, al na één seizoen verdwijnt deze vogel uit het begraasde gebied. Doordat de veebezetting in Meijendel is teruggebracht kwam de Boompieper ook in het begraasde gedeelte weer iets terug. Deze soort is dus niet gebaat bij kort gegraasd gras, het moet plukkering zijn.

Vogelkenmerken

Zomerse grondbroeder van heide, hoogveenranden en duinen met jonge opslag; zingt in parachuterende zangvluchten.

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep, Geelgors-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Regelmatig roepen tijdens vlucht of trek. Lopend op de bodem voedsel oppikken. Gebruik van randen van heide, hoogveen of open struikvegetatie. Parachuterende balts- of zangvlucht. Territoriale zangvlucht als opvallend gedragselement. Gebruik van jonge successiestadia van bos en opslag. Gebruik van jonge bomen of jonge struikopslag.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden

Voedsel voor jongen: Grondgebonden insecten als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Korte, sterk gekromde achterklauw. Langdurig optrekken in familiegroepen na uitvliegen. Los familieverband na uitvliegen. Zang begint snel en vertraagt daarna. Zachte, verborgen alarmroep nabij nest of jongen.