Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Boompieper is een typische pieper die van de sterk gelijkende Graspieper is te onderscheiden door zang en biotoop, zijn tekening is daarnaast van een iets warmere tint en wat contrastrijker. De zangvlucht is opvallend. Meestal vanuit een hoge post vliegt de Boompieper steil omhoog en begint te zingen. Als het hoogste punt bereikt is gaat het in een glijvlucht, zonder een vleugelslag, al zingend weer terug naar een hoog punt in de buurt. De Boompieper zingt ook regelmatig vanaf een hoge zangpost.
Boompiepers bouwen een nest op de grond op een onderlaag van mos en bekleed met gras en haar. In mei-juni komen daar 4 à 6 eieren in die door het vrouwtje alleen worden uitgebroed. Beide ouders voeren de jongen. Soms volgt een tweede broedsel.
Het voedsel van Boompiepers bestaat uit insecten en larven, soms sprinkhanen en ook spinnen.
Kijk in de vogelgids van Vogelbescherming Nederland voor meer informatie over die soort.
Voorkomen
De Boompieper reageert sterk op het inzetten van begrazing, al na één seizoen verdwijnt deze vogel uit het begraasde gebied. Doordat de veebezetting in Meijendel is teruggebracht kwam de Boompieper ook in het begraasde gedeelte weer iets terug. Deze soort is dus niet gebaat bij kort gegraasd gras, het moet plukkering zijn.
Vogelkenmerken
Zomerse grondbroeder van heide, hoogveenranden en duinen met jonge opslag; zingt in parachuterende zangvluchten.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep, Geelgors-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Regelmatig roepen tijdens vlucht of trek. Lopend op de bodem voedsel oppikken. Gebruik van randen van heide, hoogveen of open struikvegetatie. Parachuterende balts- of zangvlucht. Territoriale zangvlucht als opvallend gedragselement. Gebruik van jonge successiestadia van bos en opslag. Gebruik van jonge bomen of jonge struikopslag.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden
Voedsel voor jongen: Grondgebonden insecten als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Korte, sterk gekromde achterklauw. Langdurig optrekken in familiegroepen na uitvliegen. Los familieverband na uitvliegen. Zang begint snel en vertraagt daarna. Zachte, verborgen alarmroep nabij nest of jongen.