Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
In West-Europa is de Citroenkwikstaart een vrij zeldzame dwaalgast.
Deze kwikstaart lijkt qua grootte en postuur sterk op de gele kwikstaart, maar heeft gemiddeld een langere staart. Verder is kenmerkend de dubbele vleugelstreep (in alle kleden). Het volwassen mannetje heeft in het broedkleed een citroengele kop, borst en buik en een smalle donkere halsband. Het vrouwtje lijkt meer op een vrouwtje gele kwikstaart, maar zij heeft een iets bredere, gele oogstreep die rond de oorstreek doorloopt.
De Citroenkwikstaart komt voor van NO-Europa tot in Oost Iran en dan oostwaarts tot in Zuid-Azië. Het leefgebied bestaat uit moerassige gebieden begroeid met lage wilgen of ruig grasland aan de randen van meren of op de toendra, in hooggebergte (tot 4600 m boven zeeniveau), maar soms ook in agrarisch gebied rond dorpen. Er zijn twee ondersoorten.
Met de uitbreiding in westelijke richting van het broedareaal neemt het aantal waarnemingen in Nederland ook toe, m.n. van jonge vogels in de nazomer en herfst. Van 3 t/m 5 september 2011 hield zo’n vogel zich op in Meijendel kavel 14.
Deze kwikstaart lijkt qua grootte en postuur sterk op de gele kwikstaart, maar heeft gemiddeld een langere staart. Verder is kenmerkend de dubbele vleugelstreep (in alle kleden). Het volwassen mannetje heeft in het broedkleed een citroengele kop, borst en buik en een smalle donkere halsband. Het vrouwtje lijkt meer op een vrouwtje gele kwikstaart, maar zij heeft een iets bredere, gele oogstreep die rond de oorstreek doorloopt.
De Citroenkwikstaart komt voor van NO-Europa tot in Oost Iran en dan oostwaarts tot in Zuid-Azië. Het leefgebied bestaat uit moerassige gebieden begroeid met lage wilgen of ruig grasland aan de randen van meren of op de toendra, in hooggebergte (tot 4600 m boven zeeniveau), maar soms ook in agrarisch gebied rond dorpen. Er zijn twee ondersoorten.
Met de uitbreiding in westelijke richting van het broedareaal neemt het aantal waarnemingen in Nederland ook toe, m.n. van jonge vogels in de nazomer en herfst. Van 3 t/m 5 september 2011 hield zo’n vogel zich op in Meijendel kavel 14.