Terug naar soorten

Duinpieper

Anthus campestris Kwikstaarten

Broedvogel Rode lijst VN|BE
1jaren
1territoria
1hoogste jaar

1994 t/m 1994 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Duinpieper
Duinpieper Foto: AnthusCampestris.jpg : Lip Kee derivative work: Bogbumper ( talk ) · CC BY-SA 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Een Duinpieper is een grote, slanke pieper, zandkleurig gestreept van boven en wat lichter geel aan de onderzijde. Qua gedrag is het een vrij typische pieper en het doet denken aan dat van een kwikstaart.

In de baltsvlucht klimt de Duinpieper omhoog terwijl hij een eentonig 'tsjiejiep' laat horen. Vanaf het hoogste punt zweeft hij in een wijde boog weer naar benenden en laat dan zijn eenvoudige zang horen, een herhaling van twee of drie lettergrepen van een wat scherp klinkend 'tsirr-lieh'.

De Duinpieper heeft een uitgesproken voorkeur voor een kaal en zandig biotoop zoals zandverstuivingen, duinen, afgravingen, schrale akkers en zandige heidevelden. Het nest ligt op de grond, goed verborgen onder een graspol of struikje en is gemaakt van plantenstengels en bekleed met zacht materiaal als halmen, pluis en haar. Het vrouwtje bebroed de eieren en beide ouders voeren de jongen. Na het uitvliegen worden deze nog wekenlang verzorgd. Het voedsel bestaat uit allerlei insecten.

Duinpiepers zijn trekvogels. Het broedgebied in grote delen van Midden-Europa krimpt en is sterk versnipperd. Vanaf globaal Berlijn strekt het zich nu naar het oosten, via Polen en Oekraine richting Kazakhstan. Verder broeden Duinpiepers nog in landen rond het Middellandse Zeegebied. Ze overwinteren zuid van de Sahara, Saudi-Arabië en Noordwest-India.

De Duinpieper was in de twintigste eeuw een schaarse broedvogel van zandverstuivingen en schrale heide. Anno 2012 is de soort als broedvogel zo goed als uit Nederland verdwenen. Sindsdien wordt de Duinpieper alleen nog in de trektijd gezien. De voorjaarstrek, tussen half april en half mei, levert doorgaans weinig passanten op. Tijdens de najaarstrek, tussen half augustus en eind september, gaat het om wat grotere aantallen, maar ook dan is de Duinpieper ronduit schaars. Op gunstige voedselbiotopen -zoals schrale graslanden nabij heide, soms ook braakliggend bouwterrein- pleisteren nog incidenteel enkele vogels.
Artikelen over het verdwijnen van de Duinpieper
Het verdwijnen van de Duinpieper als broedvogel Noordwest-Europa is in enkele artikelen beschreven:
Limosa 78 (2005) : Verdwijnen van de Duinpieper als broedvogel uit Nederland en NW Europa
Limosa 78 (2005) : Postuum in memoriam: de Duinpieper als Nederlandse kustbroedvogel.
Sovon Nieuws 04-2009: Duinpieper: voormalige broedvogel, schaarse doortrekker.

Voorkomen

De verspreiding van de Duinpieper over de zandgronden van Oost- en Zuid-Nederland beperkte zich eind vorige eeuw meer en meer tot de Veluwe, Noord-Brabant en Noord-Limburg. Rond 1975 waren er nog zo'n 100 broedparen. Dat aantal nam verder af totdat er eind jaren '90 alleen nog op de Veluwe enkele tientallen over waren. Vanaf 2003 broedt de Duinpieper niet meer in ons land.

De afname is het gevolg van verdwijning (ontginning) en verslechtering (vergrassing, vegetatiesuccessie, recreatie) van broedbiotoop. Recente maatregelen tot herstel van stuifzanden hebben niet tot nieuwe broedgevallen geleid. De Duinpieper is in heel West-, Noord- en Midden-Europa sterk op zijn retour (bron: zie vogel.asp r398 ).

In 1994 kon -op basis van een enkele waarneming- de Duinpieper in de statistieken van de vogelwerkgroep worden opgenomen. Maar de vogel heeft naar alle waarschijnlijkheid niet in het duin gebroed.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Tapuit-groep). Rode Lijst: RL: Verdwenen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Bescherming

De Duinpieper staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels als 'verdwenen'. In 1999 werd het laatste zekere broedgeval geboekstaafd. Het habitat van de duinpieper is bijzonder gevoelig voor milieu-invloeden als vermesting en verzuring. Daardoor vergrassen en vermossen de stuifduinen en verdwijnt het broedhabitat van de duinpieper. Door grootschalige aanplant van naaldbossen ten behoeve van de mijnbouwindustrie in de periode 1900-1930 zijn daarnaast enorme oppervlaktes stuifduinen bebost. De grove dennen waarmee dit gebeurde zaaien zich snel uit en nemen op deze manier winddynamiek weg uit de stuifzandgebieden waarvan de Duinpieper in Nederland afhankelijk is. Ook verstoring door recreanten speelde een rol in het uitsterven als broedvogel in Nederland.

Pogingen tot herstel van stuifzanddynamiek bleven tot nu zonder succes door recreatiedruk en grote grazers. Alleen grootschalig herstel van de pioniersvegetaties in stuifzandgebieden kan heel misschien nog helpen, al lopen de aantallen in de dichtstbijzijnde resterende broedgebieden in Denemarken en Noord-Duitsland ook al langere tijd terug, dus ook daar zou een en ander moeten veranderen (bron: Vogelbescherming Nederland ).