Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Noordse Kwikstaart is even groot als zijn nauwe verwant de Gele Kwikstaart, het verschil zit vooral in de koptekening van het mannetje. Bij de Noordse Kwikstaart ontbreekt de oogstreep, de streek rond het oog daarentegen is donkergrijs, bijna zwart, en mooi contrasterend met het geel. Lees verder in de sectie hierna "Noordse vs Gele Kwikstaart en ondersoorten".
Noordse Kwikstaarten broeden in Scandinavië. Het nest wordt in een kuiltje gebouwd van gras, stengels en wortels en bekleed met haar. Beide ouders brengen de jongen groot. Er is één legsel.
Ze overwinteren in Afrika, zuid van de Sahara. Tijdens de trekperiodes zijn ze in Nederland te zien, vaak in gemengde groepen kwikstaarten. In het najaar zijn Noordse en Gele Kwikstaarten wat moeilijk uit elkaar te houden, maar in het voorjaar valt de geheel donkere kop van de mannetjes goed op.
De meeste Noordse Kwikstaarten worden gezien tussen eind april en eind mei, in jaarlijks sterk wisselende aantallen. De doortrek piekt doorgaans halverwege mei. Dan passeren bij gunstige omstandigheden (oostenwinden) soms honderden (goed herkenbare) Noordse Kwikstaarten trektelposten als Breskens en de Eemshaven. Pleisterende vogels, soms vele tientallen, zijn in het hele land waarneembaar met enige voorkeur voor rivierdalen. Het beeld van de najaarstrek is onduidelijk door determinatieproblemen (winterkleed). Waarschijnlijk passeren de meeste vogels dan in september (bron: Sovon ).
Noordse Kwikstaarten broeden in Scandinavië. Het nest wordt in een kuiltje gebouwd van gras, stengels en wortels en bekleed met haar. Beide ouders brengen de jongen groot. Er is één legsel.
Ze overwinteren in Afrika, zuid van de Sahara. Tijdens de trekperiodes zijn ze in Nederland te zien, vaak in gemengde groepen kwikstaarten. In het najaar zijn Noordse en Gele Kwikstaarten wat moeilijk uit elkaar te houden, maar in het voorjaar valt de geheel donkere kop van de mannetjes goed op.
De meeste Noordse Kwikstaarten worden gezien tussen eind april en eind mei, in jaarlijks sterk wisselende aantallen. De doortrek piekt doorgaans halverwege mei. Dan passeren bij gunstige omstandigheden (oostenwinden) soms honderden (goed herkenbare) Noordse Kwikstaarten trektelposten als Breskens en de Eemshaven. Pleisterende vogels, soms vele tientallen, zijn in het hele land waarneembaar met enige voorkeur voor rivierdalen. Het beeld van de najaarstrek is onduidelijk door determinatieproblemen (winterkleed). Waarschijnlijk passeren de meeste vogels dan in september (bron: Sovon ).
Achtergrond
Noordse vs Gele Kwikstaart en ondersoorten
In Europa zijn diverse, regionaal bepaalde, ondersoorten met elk een eigen koppatroon. Deze vormen worden door sommige auteurs ook als aparte soort beschouwd, maar ze staan als 10 ondersoorten op de IOC World Bird List. Zo ook de Noordse Kwikstaart, die in Nederland als aparte soort wordt beschouwd. Mannetjes van alle (onder)soorten en vormen zijn in het voorjaar goed te onderscheiden. In overlappende verspreidingsgebied komen vaak hybriden voor.In de nieuwsbrief op vogelbescherming.nl van mei 2017 staat een artikel over de verschillen tussen diverse geelgekleurde kwikstaarten.
Dit overzicht is overgenomen uit de ANWB Vogelgids van Europa.