Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Hij heeft een voorkeur voor een open landschap, zoals boerenerven, akkers en weilanden, ook industrie- of parkeerterreinen en andere open plekken. Daar zoeken ze al 'kwikkend' met de staart naar voedsel, hoofdzakelijk vliegjes en andere ongewervelden. Ze lopen dan graag met een tractor mee voor makkelijke prooien, of met in een weiland lopende dieren die de insecten verstoren. Vliegende insecten worden met groot gemak gevangen, net als een vliegenvanger. Ook zijn ze jagend langs sloten en plassen te vinden.
Witte 'Kwikken' zijn niet erg kieskeurig bij de keuze van een broedplaats. Ze broeden in schuren, gaten in muren, onder dakpannen of in een heg. Ze schuwen een menselijke omgeving niet. Voorwaarde is natuurlijk wel dat er voldoende insecten aanwezig zijn. Het nest wordt door het vrouwtje gemaakt en bekleed met wol, veertjes, haren en dergelijk zacht materiaal. Er komen 5-6 eieren in te liggen die zij alleen uitbroedt. De jongen worden door beide ouders gevoerd.
De Witte Kwikstaart is een jaarvogel en vrij talrijke broedvogel die overwintert in het noorden van Afrika, met name Marokko. In de winter blijven slechts weinig vogels achter. Vaak zijn de vogels die dan bij ons worden gezien afkomstig uit het noorden en oosten van Europa.
Kijk bij de Rouwkwikstaart voor een distributiekaart van deze soort en van alle zwart-witte kwikstaarten.
Voorkomen
Het aantal broedgevallen in Meijendel daarentegen is de afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. Het zijn weliswaar geen grootse aantallen, maar toch 10 of meer de afgelopen jaren. Bij een broedgeval van een Rouwkwikstaart in Meijendel in 2015 ging het om een mengpaar met een Witte Kwikstaart.
Vogelkenmerken
Algemene insecteneter, loopt waggelend over erven, oevers en grasvelden.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Tapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Grotere vliegende insecten als voedselbron. grote insecten
Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.