Vanuit Scheveningen ligt kavel 1A direct achter het terrein van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH), waarop ook de watertoren staat. Het is een terrein met vrij veel open water.
Sinds 1958 is het in het voorjaar op drie jaar na altijd geïnventariseerd. (Alleen in 1984, 1985 en 2000 is er niet geteld.)
De soorten Fitis, Tjiftjaf, Kleine karekiet, Grasmus, Winterkoning en Heggenmus komen er in het broedseizoen veel voor. De laatste paar jaren zijn de Canadese Gans, de Boomleeuwerik, de Roodborsttapuit en de Glanskop verschenen.
Tot en met 1997 was er gedurende een aantal jaren een territorium van de Bosuil, maar deze is na 1997 niet meer waargenomen. ’s Winters zijn er (uiteraard) aanzienlijke aantallen watervogels. In de herfst en winter vinden er in het kavel zelden tellingen plaats, dus bijzondere waarnemingen zijn er in deze jaargetijden niet te melden.