Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Meerkoet is een jaarvogel en zeer talrijke broedvogel. Hij is egaal zwart en heeft een witte bles en snavel. Het is een luidruchtige vogel, mannetjes voeren in het broedseizoen agressieve territoriumgevechten, waarbij ze met de kop vlak boven het water en de veren opgezet op elkaar af 'rennen'.
Het nest wordt vaak in de begroeiing gebouwd, maar ook open en bloot aan de waterkant, een drijvend nest is geen uitzondering. Het is een grote berg stengels, wortels en bladeren, in stedelijk gebied wordt ook zwerfafval gebruikt. Begin april worden 6 -10 eieren gelegd, beide ouders broeden en brengen de jongen groot. Soms zijn er twee of drie legsel per seizoen. Jongen uit eerdere legsel helpen de ouders daarbij.
De Meerkoet eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Algen kroos en grassen staan op het menu, en ook mosselen, slakken en vliegenlarven. Vaak wordt naar voedsel gedoken. Omdat ze veel lucht in het verenpak vasthouden, gaan ze met een soort duiksprongetje onder water en blijven maar met veel moeite onder.
Voorkomen
In Meijendel is sinds de piek in 1994 sprake van een dalende lijn van het aantal broedparen. Die dalende trend lijkt vanaf 2013 gekeerd en is anno 2017 is sprake van een lichte stijging.
Vogelkenmerken
Algemene duikende ral van dieper zoet water met oevervegetatie; vooral waterplanteneter.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van uiteenlopende habitattypen zonder duidelijke specialisatie. Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Foerageren op slikranden, modderige ondieptes of opdrogende moerasplekken. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden grote insecten Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. Rietzaad, lisdoddezaad of vergelijkbare moerasplantenzaden als voedselbron. Schelpdieren zoals mosselen en kokkels. Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron.
Voedsel voor jongen: kuikens/nestvlieders: waterplanten en plantendelen Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Drijvend nest of nest op watervegetatie. Nest in rietvegetatie.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig.