Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het voedsel van het Porseleinhoen bestaat uit insecten, wormen en slakken, maar ook planten en zaden worden gegeten, zolang de foeragerende vogel de veiligheid van de begroeiing maar niet hoeft te verlaten. Het hoen heeft daarom een flinke overgangszone nodig tussen dicht riet en open water.
Het is meestal de roep van de vogel die zijn aanwezigheid verraadt: een zwiepend 'huit' (als 8 in 't Frans), ook wel omschreven als een zweepslag. Die roep is hoofdzakelijk in de nacht te horen. Slechts bij hoge uitzondering krijgt men een glimp van deze schuwe ralachtige te zien; meestal wordt de vogel door de dichte moerasvegetatie aan het oog onttrokken. Het Porseleinhoen lijkt wat op de Waterral, zeker verscholen in het riet, maar hij is veel bruiner en zijn snavel is korter en dikker en meer geel. Het lijkt ook wat op het Kleinst Waterhoen, maar dat is een slag kleiner en heeft een blauw-grijze onderzijde.
De aanwezigheid van Porseleinhoenen in verschillende jaren kan sterk wisselen, vermoedelijk als gevolg van fluctuaties in de waterstand. Op de keper beschouwd is nog veel onderzoek nodig naar het Porseleinhoen want er is relatief weinig bekend over deze soort. En daardoor kan het best zijn dat bijvoorbeeld het voorkomen van het Porseleinhoen wordt onderschat. Zo worden tijdens de inmiddels jaarlijkse 'Nacht van de rallen' (kijk op sovon.nl) nieuwe broedplaatsen ontdekt. Lees er over in dit artikel uit Vogelnieuws (2008). Het resultaat van onderzoek naar de ecologie van deze soort is in 2016 in Limosa verschenen. Gebruik de linkbuttons (linker kolom) naar Sovon en Vogelbescherming voor meer informatie en meer lezenswaardige artikelen.
Voorkomen
Lokale terreinomstandigheden en meer algemene weersomstandigheden (droog of nat voorjaar) spelen beide een rol in het aantalsverloop. In het rivierengebied kan deze soort explosief optreden na overstromingen laat in het voorjaar, maar dit verschijnsel is sinds 1983 niet meer op grote schaal voorgekomen. In 2016 telt de broedpopulatie 320-400 paren (bron: zie vogel.asp r398).
Het Porseleinhoen heeft een paar keer in Meijdendel gebroed, maar dat is al weer lang geleden. Dat het Porseleinhoen niet helemaal uit Meijendel is verdwenen blijkt uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel. In de periode 2000-2016 zijn bij het vogelringstation 51 Porseleinhoenders geringd en in 2017 nog eens 2 vogels.
Duinwaterbedrijf Dunea heeft werkzaamheden in het duin uitgevoerd met het doel de overgang van land naar water minder abrupt te maken en daarmee beter geschikt voor o.a. deze soort. De werkgroep hoopt dat deze aanpassing zal leiden tot de verbetering van de biotoop voor moerasvogels, zo ook voor het Porseleinhoen. Helaas heeft dat -getuige de statistieken- voor deze soort nog niet veel effect gehad.
Vogelkenmerken
Schaarse trekrallensoort van lage, natte, open moerasvegetaties en slikrandjes.
Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Porseleinhoen-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Foerageren zeer laag bij de grond of in dichte lage vegetatie. Foerageren op slikranden, modderige ondieptes of opdrogende moerasplekken. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. grote insecten kikkers, kikkervisjes en andere amfibieën Vis als voedsel voor volwassen vogels. plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Rietzaad, lisdoddezaad of vergelijkbare moerasplantenzaden als voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Nest in rietvegetatie.
Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Trekkend gedrag algemeen.