Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Sneeuwgors is bij ons een wintergast van eind september tot eind maart. Dan is het kleed als op de foto links en zijn zowel het mannetje als het vrouwtje het beste te herkennen aan de witte kop met de oranjebruine wangen en kruin. In het zomerkleed is het mannetje een opvallend witte vogel met zwart-ogende vleugels en daardoor met geen enkele andere soort te verwarren (zie foto hieronder). In de vlucht is het hele jaar door een groot wit vleugelpaneel zichtbaar.
Weinig zangvogels broeden zo ver naar het noorden als deze. Het belangrijkste broedgebied in Europa loopt langs de kust van Scandinavië en Rusland. Maar ook op IJsland broedt een populatie, daar zijn ze standvogel.
De meeste Sneeuwgorzen overwinteren langs de kusten van de Oostzee en in kleinere aantallen langs de Noordzee, zo ook op de Nederlandse kusten. Op kwelders, schorren en buitendijks land zoeken ze daar naar voedsel, vooral zaden. Dan zijn ze soms in Meijendel te zien. Meestal zijn ze te zien in kleine troepjes, vooral tijdens de trek ook in grotere groepen. Zo is er deze eeuw tot en met 2017 één Sneeuwgors geringd door leden van het Vogelringstation Meijendel.
Weinig zangvogels broeden zo ver naar het noorden als deze. Het belangrijkste broedgebied in Europa loopt langs de kust van Scandinavië en Rusland. Maar ook op IJsland broedt een populatie, daar zijn ze standvogel.
Het zwart-witte zomerkleed van de Sneeuwgors.
Foto: Donna Dewhurst US Fish and Wildlife Service
in 'public domain'. Click voor een vergroting.
Foto: Donna Dewhurst US Fish and Wildlife Service
in 'public domain'. Click voor een vergroting.
Bescherming
Dit is één van de drie zangvogels van de toendra, samen met Frater en Strandleeuwerik. Maar van deze drie 'bikkels' zijn er steeds minder in Nederland. Uit broedvogelinventarisaties in het Scandinavische Arctische gebied blijkt dat het aantal broedparen daar terugloopt. Dat zou goed kunnen samenhangen met de opwarming van de aarde. Als andere reden wordt overbegrazing genoemd. Ook veel andere, grotere vogels van de toendra lopen terug in aantal.
Daarom staan genoemde zangvogels alle drie op de Rode Lijst van doortrekkende en overwinterende vogelpopulaties in Nederland (bron: Vogelbescherming Nederland ).
Daarom staan genoemde zangvogels alle drie op de Rode Lijst van doortrekkende en overwinterende vogelpopulaties in Nederland (bron: Vogelbescherming Nederland ).