Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Deze fraai gekleurde vogel met zijn roze snavel en lichte oogring is nauwelijks met een andere soort te verwarren. De mooie bruinrode borst en rug in combinatie met de grijsgroene kop en nek maken de indentificatie zeker.
Het is een zomervogel die zuid van de Sahara overwintert. Als broedvogel was hij vroeger zeker niet zeldzaam, maar helaas wordt deze gors tegenwoordig nauwelijks nog in Nederland gezien. In de maand mei worden ze nog wel eens in ons land gespot, als ze onderweg zijn, terug naar de broedgebieden in Noordoost-Europa.
De Ortolaan is net als de Grauwe gors verdwenen uit onze landbouwgebieden als gevolg van veranderingen in de landbouw. De Ortolaan komt voor in kleinschalig agrarisch landschap waar hij broedt in graanvelden, bij voorkeur in rogge-akkers. Het verdwijnen van rogge-akkers heeft sterk bijgedragen aan het verdwijnen van de Ortolaan uit Nederland. Maïsakkers zijn voor deze soort ongeschikt.
Het is een zomervogel die zuid van de Sahara overwintert. Als broedvogel was hij vroeger zeker niet zeldzaam, maar helaas wordt deze gors tegenwoordig nauwelijks nog in Nederland gezien. In de maand mei worden ze nog wel eens in ons land gespot, als ze onderweg zijn, terug naar de broedgebieden in Noordoost-Europa.
De Ortolaan is net als de Grauwe gors verdwenen uit onze landbouwgebieden als gevolg van veranderingen in de landbouw. De Ortolaan komt voor in kleinschalig agrarisch landschap waar hij broedt in graanvelden, bij voorkeur in rogge-akkers. Het verdwijnen van rogge-akkers heeft sterk bijgedragen aan het verdwijnen van de Ortolaan uit Nederland. Maïsakkers zijn voor deze soort ongeschikt.
Voorkomen
De Ortolaan was tot halverwege de twintigste eeuw een broedvogel van kleinschalig boerenland met roggeakkers en eikenwallen op de zandgronden. De belangrijkste broedgebieden lagen in de Achterhoek, Midden-Brabant en de noordelijke helft van Limburg.
Ondanks een gerapporteerde afname nestelden er rond 1950 naar schatting nog 1500 paren in Nederland. Dat aantal nam af tot zo'n 200 in 1975 en 30 rond 1990. Schaalvergroting in de landbouw en overgang van granen op mais betekenden de doodklap voor de Ortolaan. De laatste zekere broedgevallen vonden plaats in 1999. Sindsdien worden onregelmatig zingende, ongepaarde Ortolanen waargenomen in de voormalige broedgebieden. Vanaf 2005 ontbreken dergelijke waarnemingen. De soort is in vrijwel heel West- en Midden-Europa op zijn retour (bron: Sovon ).
Ondanks een gerapporteerde afname nestelden er rond 1950 naar schatting nog 1500 paren in Nederland. Dat aantal nam af tot zo'n 200 in 1975 en 30 rond 1990. Schaalvergroting in de landbouw en overgang van granen op mais betekenden de doodklap voor de Ortolaan. De laatste zekere broedgevallen vonden plaats in 1999. Sindsdien worden onregelmatig zingende, ongepaarde Ortolanen waargenomen in de voormalige broedgebieden. Vanaf 2005 ontbreken dergelijke waarnemingen. De soort is in vrijwel heel West- en Midden-Europa op zijn retour (bron: Sovon ).
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep). Rode Lijst: RL: Verdwenen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Bescherming
Het verdwijnen van de Ortolaan uit ons land is een gevolg van de grootscheepse veranderingen op het platteland. Het verdwijnen van heggen en houtwallen, de afname van de teelt van zomergranen (rogge, haver) en hakvruchten ten faveure van maïs, het verdwijnen van onbewerkte akkerranden en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, al deze factoren hebben een rol gespeeld. Ortolanen zijn erg honkvaste vogels, zodat de kans op aanvulling vanuit Vlaamse en Duitse populaties - die overigens ook flink geslonken zijn - gering is. Naast de veranderingen in het landelijk gebied spelen klimaatverandering en de situatie in de overwinteringsgebieden mogelijk ook een grote rol (bron: Vogelbescherming Nederland ).