Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bosgors heeft een zwarte kop waarin kruin en wangen gescheiden worden door een brede witte wenkbrauwstreep. Nek en stuit zijn kastanjebruin, hals en buik wit. De Bosgors is net zo groot als de Rietgors en kan op afstand gemakkelijk met deze worden verward. Maar de Rietgors heeft een onmiskenbare brede witte halsband, en juist niet de witte wenkbrauwstreep. Ook is de Bosgors veel roodbruiner gekleurd.
Het vrouwtje Bosgors heeft globaal dezelfde tekening als de man, maar veel minder zwart in de koptekening en de strepen op de rug zijn bruin, bij de man zwart. Bosgorzen hebben roze poten en met het juiste licht is een roze ondersnavel te zien. In winterkleed zijn de kleuraccenten minder sterk.
Bosgorzen broeden in de Euraziatische taiga, van Zuidoost-Noorwegen en Midden-Zweden oostwaarts tot in Siberië, in naaldwoud op of vlak boven de grond in de ondergroei, vaak in de buurt van water. Ze overwinteren in Oost-China, Korea en Japan, in open bossen of open terreinen.
De Bosgors is in Nederland een dwaalgast die met enige regelmaat wordt waargenomen of gevangen door ringers. Tussen 2000 en 2008 zijn er 21 bevestigde waarnemingen, de meeste gevallen in midden september - november, veel minder tussen half maart en juni. De waarnemingen waaren vooral in het gehele kustgebied en enkele in midden Nederland.
Het vrouwtje Bosgors heeft globaal dezelfde tekening als de man, maar veel minder zwart in de koptekening en de strepen op de rug zijn bruin, bij de man zwart. Bosgorzen hebben roze poten en met het juiste licht is een roze ondersnavel te zien. In winterkleed zijn de kleuraccenten minder sterk.
Bosgorzen broeden in de Euraziatische taiga, van Zuidoost-Noorwegen en Midden-Zweden oostwaarts tot in Siberië, in naaldwoud op of vlak boven de grond in de ondergroei, vaak in de buurt van water. Ze overwinteren in Oost-China, Korea en Japan, in open bossen of open terreinen.
De Bosgors is in Nederland een dwaalgast die met enige regelmaat wordt waargenomen of gevangen door ringers. Tussen 2000 en 2008 zijn er 21 bevestigde waarnemingen, de meeste gevallen in midden september - november, veel minder tussen half maart en juni. De waarnemingen waaren vooral in het gehele kustgebied en enkele in midden Nederland.