Terug naar soorten

Purperreiger

Ardea purpurea Reigers

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Purperreiger
Purperreiger

Beschrijving

De Purperreiger is een trekvogel die in Nederland aanwezig is van april tot half september. Het is hier een zeldzame soort die in slechts kleine aantallen zeer lokaal voorkomt. De belangrijkste broedgebieden zijn de Nieuwkoopse en de Vechtplassen, de Zouweboezem en de kop van Overijssel (Wieden en Weerribben). De kusten van Senegal en Ghana zijn het belangrijkste overwinteringsgebied.

Het is een fraaie reiger, wat kleiner en slanker dan de bekende Blauwe Reiger. De bovenzijde is grijs gekleurd, de vleugeldekveren hebben daarbij een roodbruine glans. De bovendelen zijn roodbruin, vooral goed zichtbaar aan nek en kop. Langs de zijkant van de nek loopt een zwarte streep, de bovenkant van de kop is zwart.

Purperreigers zijn schuw en leiden een heimelijk leven, ze houden zich verscholen in dichte moerassen en rietvelden. Ze broeden in kolonies in overjarig riet en door oud riet omgeven struweel. De kwaliteit van die rietvelden is daarom medebepalend voor de aanwezigheid en aantallen van deze soort.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit kikkers, vis, waterinsecten en muizen die langs een slootkant worden gezocht. Daarom is een veenweidegebied met veel sloten in de buurt van de rietvelden ideaal voor de Purperreiger.

Voorkomen

De rond 30 jaarlijks bezette kolonies van de Purperreiger liggen vrijwel uitsluitend in het lage deel van het land, met de nadruk op de laagveengebieden van Friesland, Overijssel en het Groene Hart. De grootste kolonies, zoals de Zouweboezem en de Nieuwkoopse Plassen, tellen in goede jaren 100-200 paren. De landelijke stand nam tussen 1970 en 1990 af van minstens 900 naar 220 paren. Dit was een gevolg van ernstige droogte in de overwinteringsgebieden, de Sahel in West-Afrika, in combinatie met biotoopverslechtering op de broedplaatsen. Vanaf 1990 herstelden de aantallen zich dankzij nattere jaren in de Sahel en lokale biotoopverbetering in Nederland (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Trekreiger van uitgestrekte natte rietvelden en polderwatergangen.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels); Weidevogels (Zomertaling-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Foerageren in polderlandschap en sloten. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: Vis als voedsel voor volwassen vogels. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. Vogels en jonge vogels.

Voedsel voor jongen: Vis als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Nest in rietvegetatie. Nest in struiken of struweelvegetatie.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.

Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Trekkend gedrag algemeen.

Bescherming

Purperreigers hadden tot aan het begin van de twintigste eeuw te lijden van vervolging door de mens. Het volledig beschermen van de soort leidde tot een toename en een uitbreiding vanuit Midden-Nederland en Overijssel tot in Friesland, waar nu de meest noordelijk gelegen purperreigerkolonies ter wereld liggen.

Nederland is belangrijk voor moerasvogels; een flink deel van de West-Europese populatie Purperreigers broedt in ons kleine land. De laagveenmoerassen van Friesland, Overijssel en het Groene Hart zijn voor Purperreigers van belang. Sinds 2017 staat de soort niet meer op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels (bron: Vogelbescherming Nederland ).