Terug naar soorten

Koereiger

Bubulcus ibis Reigers

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Koereiger
Koereiger

Beschrijving

De Koereiger is een vrij kleine, geheel witte reiger, alleen in de broedtijd heeft hij een gele kruin, rug en borst. Hij heeft een gele snavel en donkere poten. Zijn hals is relatief kort, die wordt vaak ingetrokken gehouden, zodat het postuur compact overkomt.

Van oorsprong komt de Koereiger uit Afrika. Maar deze soort heeft zich zeer succesvol verspreid over nagenoeg alle continenten. In Europa eerst in de landen rond de Middellandse Zee, maar het broedgebied breidt zich geleidelijk verder naar het noorden uit. En zo nemen ook in Nederland de aantallen toe, zij het geleidelijk. Van de Koereiger worden twee (onder)soorten onderscheiden, de Oostelijke Koereiger Bubulcus coromandus komt voor van India tot in Australië.

Koereigers zijn veel minder aan water gebonden dan andere reigers. Ze zijn eerder te zien in de buurt van vee dat insecten opjaagt, die vervolgens een eenvoudige prooi worden voor deze kleine reiger.

Koereigers broeden in kolonies, meestal aan water, maar niet altijd. Het nest wordt door beide ouders van takken gebouwd, het is een platform in een struik of boom. Het mannetje verzamelt de takken en het vrouwtje steekt die in het nest; de overdracht heeft vaak een plechtig karakter. Er worden 2-5 eieren in gelegd die door beide ouders worden uitgebroed.

De aantallen Koereigers in Nederland lijken de laatste jaren ook toe te nemen en tweemaal nestelden er met zekerheid Koereigers in ons land, in 1998 (De Wieden) en 2006 (De Braakman); in beide gevallen zonder succes. Vagere aanwijzingen uit andere jaren kunnen wijzen op een iets regelmatiger voorkomen. Desondanks is wel duidelijk dat de Koereiger nog een incidentele broedvogel is, de enorme toename van bijvoorbeeld de Franse broedpopulatie ten spijt (bron: Sovon ).

Waarnemingen zijn het hele jaar mogelijk, maar de maanden april-juni en september-november zijn favoriet. Doorgaans gaat het om slechts enkele vogels, maar tijdens een influx zoals in 1998 kunnen er enkele tientallen bij betrokken zijn. Bij een klein deel van de waarnemingen gaat het overigens om uit gevangenschap ontsnapte vogels, herkenbaar aan hun plastic ringen en/of kenmerken van de Oostelijke Koereiger (bron: Sovon ).