Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Rietzangers komen tijdens het broedseizoen in vrijwel geheel Noordelijk Europa voor. In West- en Noord-Nederland is het een talrijke broedvogel in allerlei moerassen en soms ook in riet langs sloten in boerenland. In uitgestrekte geschikte biotopen, zoals laagveenmoerassen, kunnen honderden paartjes broeden. Op de hoge gronden is de Rietzanger schaars.
Het nest van de Rietzanger zit in dichte begroeiing op de grond of in struikgewas vlak boven de grond. Het is stevig, niet al te diep en komvormig; het wordt gebouwd van gras en stengels versterkt met spinrag en bekleed met haar, grasaren en donsveren. Het vrouwtje bebroedt de eieren alleen. Het mannetje zoekt onderwijl vaak een tweede partner in de buurt van het eerste nest. Dat legsel is 'uit fase' en zodoende kan hij zijn eerste partner wel helpen met de opvoeding van de jongen.
Rietzangers zijn trekvogels die overwinteren in Afrika, zuid van de Sahara.
De uiterst schaarse Waterrietzanger lijkt veel op de Rietzanger maar komt in Nederland sinds de jaren veertig niet meer als broedvogel voor; deze wordt in augustus en september slechts sporadisch waargenomen als doortrekker.
Voorkomen
Neerslag in de Sahel is bepalend voor de winteroverleving en speelt een doorslaggevende rol in de landelijke trend. Uitbundige regenval in de Sahel wordt gevolgd door forse aantallen Rietzangers in Nederland (zoals in 2011), grote droogte leidt tot een laag populatiepeil (1985) (bron: zie vogel.asp r398).
Zie ook dit bericht op Nature Today en dit artikel in Sovon-nieuws.
Het aantal broedende Rietzangers in Meijendel schommelt nogal en kan de landelijke trend niet volgen. Mogelijk dat de verdwijning en verdunning van het rietbestand in enkele plassen hier debet aan is. Ook de introductie van vee dat in de plassen komt 'grazen' heeft een nadelig effect op het rietbestand.
Vogelkenmerken
Krassend zingende rietvogel met lage nestplaats en zangvluchten.
Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Rietzanger-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Territoriale zangvlucht als opvallend gedragselement. Gebruik van rietvelden met een laag oud geknikt of gebroken riet. Sterke binding aan ruigte met brandnetels of vergelijkbare hoge kruidlaag. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Spinnen als voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Nest in rietvegetatie. Geweven nest bevestigd tussen meerdere stengels of vegetatiestructuren.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Regelmatig tweede broedsel binnen één broedseizoen.
Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.