Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Ruigpootuil is ongeveer even groot als een Steenuil maar heeft een grotere kop en een vlakke kruin (Steenuil heeft een brede, ronde kop). De grote gele ogen in het gelaat doen aan een 'verbaasd' gezicht denken. Dit effect wordt versterkt door de donkere zoom van veren rondom de gezichtssluier. De veren op de rug zijn grijsbruin met witte vlekken, de onderzijde is witachtig met een regelmatig patroon van bruine vlekken die op afstand gezien vertikale banen vormen. De korte poten zijn tot aan de klauwen bevederd.
Het uiterlijk van geslachten is gelijk, met dien verstande dat het vrouwtje behoorlijk forser is. Jonge Ruigpootuilen zijn egaal donkerbruin. De zang is onmiskenbaar een tiental keren 'oe' in oplopende tempo en oplopende toonhoogte (luister hieronder).
De Ruigpootuil jaagt in principe 's nachts. Het hoofdvoedsel is woelmuis, maar ook andere kleine zoogdieren, insecten en vogels worden gegeten. Met name in het hoge noorden moet deze uil toch ook overdag jagen vanwege de korte nachten.
Ruigpootuilen zijn standvogels en komen in een groot gedeelte van het noordelijk halfrond algemeen voor. Ook in Centraal-Europa zijn grote gebieden met populaties. Het leefgebied bestaat uit grote, oude en verbonden bosgebieden, in het bijzonder sparren-, dennen- en beukenbossen. Om te broeden hebben ze een boomholte nodig, bij voorkeur een oud nest van een Zwarte Specht.
Ruigpootuilen broeden in Wallonië (België) en de aan Nederland grenzende Duitse deelstaten in sterk wisselende, meestal kleine aantallen. In Drenthe werden in 1972-79 tot 9 territoriale mannetjes vastgesteld en vonden minstens twee (mislukte) broedgevallen plaats. Ook in 2008-10 was dit het geval. Ondanks dat lijkt de basis voor definitieve vestiging smal te zijn; het ging nooit om meer dan enkele vogels (bron: Sovon ). Vanaf 1970 zijn 23 waarnemingen in Nederland gemeld; waarnemingen moeten door de CDNA worden goedgekeurd (Dutchbirding).
Het uiterlijk van geslachten is gelijk, met dien verstande dat het vrouwtje behoorlijk forser is. Jonge Ruigpootuilen zijn egaal donkerbruin. De zang is onmiskenbaar een tiental keren 'oe' in oplopende tempo en oplopende toonhoogte (luister hieronder).
De Ruigpootuil jaagt in principe 's nachts. Het hoofdvoedsel is woelmuis, maar ook andere kleine zoogdieren, insecten en vogels worden gegeten. Met name in het hoge noorden moet deze uil toch ook overdag jagen vanwege de korte nachten.
Ruigpootuilen zijn standvogels en komen in een groot gedeelte van het noordelijk halfrond algemeen voor. Ook in Centraal-Europa zijn grote gebieden met populaties. Het leefgebied bestaat uit grote, oude en verbonden bosgebieden, in het bijzonder sparren-, dennen- en beukenbossen. Om te broeden hebben ze een boomholte nodig, bij voorkeur een oud nest van een Zwarte Specht.
Ruigpootuilen broeden in Wallonië (België) en de aan Nederland grenzende Duitse deelstaten in sterk wisselende, meestal kleine aantallen. In Drenthe werden in 1972-79 tot 9 territoriale mannetjes vastgesteld en vonden minstens twee (mislukte) broedgevallen plaats. Ook in 2008-10 was dit het geval. Ondanks dat lijkt de basis voor definitieve vestiging smal te zijn; het ging nooit om meer dan enkele vogels (bron: Sovon ). Vanaf 1970 zijn 23 waarnemingen in Nederland gemeld; waarnemingen moeten door de CDNA worden goedgekeurd (Dutchbirding).
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen