Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een nachtjager die overdag slaapt, amper zichtbaar, tegen een boomstam aangedrukt. Zo worden ze nauwelijks opgemerkt, soms wordt de roestplaats verraden door de braakballen die onder een slaapboom liggen. Uit onderzoek van die braakballen is gebleken dat het voorkeursvoedsel uit muizen bestaat; veld-, bos- en woelmuizen worden genoemd. Maar ook andere kleine zoogdieren, vogels of grote kevers staan op het menu.
Deze uilensoort bouwt in de regel niet zelf een nest maar gebruikt een verlaten nest van grote vogelsoorten zoals met name kraaiachtigen of dat van een eekhoorn. Zelden wordt een eigen nest gebouwd, op de grond, aan de voet van een boom. De 4-6 eieren worden door het vrouwtje bebroed, de man sleept voedsel voor haar aan en later ook voor de jongen.
Zijn geluid is een meermalen herhaald 'hoee'. In het broedseizoen maakt hij ook nog een 'keffend' geluid. Bedelende jongen maken een geluid dat klinkt als een roestig scharnier.
Taxonomie. Binnen de orde der uilen (Strigiformes) worden twee families onderscheiden. De Kerkuil is bij ons de enige vertegenwoordiger in de familie Tytonidae. Alle andere nederlandse uilen maken deel uit van deze familie, de Strigidae.
Voorkomen
Sinds 1984 is in Meijendel incidenteel een territorium, soms twee, vastgesteld. Sinds 2015 lijkt dat aantal in de lift: in 2015 zijn er drie en in 2016 zelfs zeven territoria geteld. In 2017 lijkt dát een uitschieter te zijn geweest.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Vink-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Jagen langs bosranden, rietranden of overgangen naar open terrein. Gebruik van palen of open posten tijdens het foerageren. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.
Nestplaats en nestbouw: Gebruik van verlaten kraaiennest. Gebruik van oud eksternest. Gebruik van oud roofvogelnest.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Broedgedrag of aantallen reageren sterk op muizenjaren. Winterterritorialiteit of duidelijke winterzangactiviteit.