Terug naar soorten

Ransuil

Asio otus Uilen

Broedvogel Rode lijst KW|
45jaren
129territoria
12hoogste jaar

1958 t/m 2024 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Ransuil
Ransuil Foto: Luis nunes alberto · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Ransuil is een standvogel die leeft in een beboste omgeving, bij voorkeur naalbos. Het meest opvallende aan een Ransuil zijn de opstaande veren op de kop, die lijken alsof het oren zijn, maar het zijn niets meer dan die twee kenmerkende veerpluimen. Hij lijkt daarmee op een kleine Oehoe.

Het is een nachtjager die overdag slaapt, amper zichtbaar, tegen een boomstam aangedrukt. Zo worden ze nauwelijks opgemerkt, soms wordt de roestplaats verraden door de braakballen die onder een slaapboom liggen. Uit onderzoek van die braakballen is gebleken dat het voorkeursvoedsel uit muizen bestaat; veld-, bos- en woelmuizen worden genoemd. Maar ook andere kleine zoogdieren, vogels of grote kevers staan op het menu.

Deze uilensoort bouwt in de regel niet zelf een nest maar gebruikt een verlaten nest van grote vogelsoorten zoals met name kraaiachtigen of dat van een eekhoorn. Zelden wordt een eigen nest gebouwd, op de grond, aan de voet van een boom. De 4-6 eieren worden door het vrouwtje bebroed, de man sleept voedsel voor haar aan en later ook voor de jongen.

Zijn geluid is een meermalen herhaald 'hoee'. In het broedseizoen maakt hij ook nog een 'keffend' geluid. Bedelende jongen maken een geluid dat klinkt als een roestig scharnier.

Taxonomie. Binnen de orde der uilen (Strigiformes) worden twee families onderscheiden. De Kerkuil is bij ons de enige vertegenwoordiger in de familie Tytonidae. Alle andere nederlandse uilen maken deel uit van deze familie, de Strigidae.

Voorkomen

Het aantal broederde Ransuilen neemt landelijk drastisch af en is ten opzichte van 20 jaar geleden meer dan gehalveerd. De soort verdween uit de grote bossen op de zandgronden, waar hij voorheen een normale broedvogel was. Hierbij speelt intensieve predatie op jonge en oude Ransuilen door Haviken een belangrijke rol. Bovendien wordt het agrarisch cultuurlandschap dermate intensief benut dat florerende (veld)muizenpopulaties een uitzondering worden, een uitzonderlijk jaar daargelaten. Lokaal werd nestgelegenheid schaars door afnemende aantallen Zwarte Kraaien en Eksters (nestleveranciers) (bron: zie vogel.asp r398).

Sinds 1984 is in Meijendel incidenteel een territorium, soms twee, vastgesteld. Sinds 2015 lijkt dat aantal in de lift: in 2015 zijn er drie en in 2016 zelfs zeven territoria geteld. In 2017 lijkt dát een uitschieter te zijn geweest.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Vink-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Jagen langs bosranden, rietranden of overgangen naar open terrein. Gebruik van palen of open posten tijdens het foerageren. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.

Nestplaats en nestbouw: Gebruik van verlaten kraaiennest. Gebruik van oud eksternest. Gebruik van oud roofvogelnest.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Broedgedrag of aantallen reageren sterk op muizenjaren. Winterterritorialiteit of duidelijke winterzangactiviteit.

Bescherming

Bescherming van deze soort hangt nauw samen met de wijze van landbouw. De Ransuil is sterk afhankelijk van veldmuizen. Van nature maken die een drie- tot vierjarige cyclus door. In een piekjaar van veldmuizen brengt de Ransuil veel jongen groot. Door intensieve landbouw zijn deze natuurlijke cycli nagenoeg verdwenen. Verder is het van belang geschikt leefgebied in stand te houden zoals open groene vlaktes, hagen en houtwallen. Voor nestgelegenheid zijn ransuilen sterk afhankelijk van eksters en kraaien (bron: Vogelbescherming Nederland ).