Terug naar soorten

Bosuil

Strix aluco Uilen

Broedvogel Rode lijst |
50jaren
426territoria
17hoogste jaar

1973 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Bosuil
Bosuil Foto: Alexander Flume · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Bosuil voelt zich het beste thuis in zowel loof- als naaldbossen, in parken en soortgelijke landschappen, mits er maar oude holle bomen voorkomen waarin hij kan verschuilen en nestelen. Verder verlangt deze uil een gevarieerd prooi-aanbod van zowel (kleine) zoogdieren als vogels. De bosrijke gebieden in de duinen van Meijendel voldoen aan die eisen. Het is een standvogel bij uitstek die eenmaal volwassen, zelden zijn territorium verlaat.

Er is weinig kans een Bosuil te zien, want het grootste deel van de dag zitten bosuilen verstopt in holen, tegen een boomstam aangedrukt en/of in dichte begroeiing. Bovendien hebben ze een prima schutkleur. ’s Nachts gaan ze op jacht vanaf een uitkijkpost. De vlucht is snel, direct en onhoorbaar. Roep en zang van deze uilensoort zijn vooral tijdens de balts- en broedtijd te horen. Mannetje en vrouwtje roepen naar elkaar met korte wat schelle kreetjes en het mannentje zingt dan een beetje zoals de uil uit de griezelfilm.

Taxonomie. Binnen de orde der uilen (Strigiformes) worden twee families onderscheiden. De Kerkuil is bij ons de enige vertegenwoordiger in de familie Tytonidae. Alle andere nederlandse uilen maken deel uit van deze familie, de Strigidae.

Voorkomen

De Bosuil breidde zich in de twintigste eeuw spectaculair uit. Vanaf ongeveer 1960 koloniseerde hij de Hollandse duinen en andere delen van West-Nederland. Na 1975 volgden Noord-Brabant en Drenthe, waar de bossen aanvankelijk te jong waren voor deze holenbroeder. Landelijk is de stand sinds 1990 min of meer stabiel. Jaarfluctuaties houden deels verband met de zangactiviteit. In voedselarme voorjaren slaan veel paren het broeden over en leven ze teruggetrokken (bron: zie vogel.asp r398).

Het aantal broedgevallen in Meijendel is in de loop van jaren geleidelijk afgenomen, zij het de laatste jaren wat geleidelijker. In 2013 is een dieptepunt bereikt. Daarna lijkt het aantal broedparen zich licht te herstellen en te stabliseren op het niveau van rond de eeuwwisseling, zij het met uitschieters.

Vogelkenmerken

Algemene nachtelijke bosuil, jaagt op muizen vanuit stille zitposten.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van vaste rust-, slaap- of roestplaatsen. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien Vis als voedsel voor volwassen vogels. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Nestkast, platform of kunstmatige holte. Gebruik van verlaten kraaiennest. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Broedgedrag of aantallen reageren sterk op muizenjaren. Winterterritorialiteit of duidelijke winterzangactiviteit.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.