Terug naar soorten

Spotvogel

Hippolais icterina Rietzangers

Broedvogel Rode lijst GE|
44jaren
86territoria
5hoogste jaar

1964 t/m 2024 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Spotvogel
Spotvogel Foto: Jevgenijs Slihto from Riga, Latvia · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Spotvogel is een zomergast die in tropisch Afrika overwintert. Hij komt laat terug -in mei op z'n vroegst, soms pas begin juni- en hij vertrekt weer als een van de eersten. Deze vogel lijkt op de Fitis, maar is wat groter en met een meer grijs-groene bovenzijde iets lichter getint. Als typische Spotvogel lijkt de kop forser als de kruinveren worden opgezet.

De vogel houdt van open gebied met veel bossages en struwelen met rijke ondergroei zoals langs de rivieren of in landbouwgebied met hagen, houtwallen of bosranden met vegetatie langs de zomen. Soms is hij te vinden in tuinen en parken.

Het belangrijkste kenmerk van de Spotvogel is de zang. Die is energiek en luid, langerekt en gevarieerd, met heldere en valse tonen en lijkt wel wat op de Bosrietzanger. Een kenmerkend onderdeel is een geluid alsof met een natte vinger een streepje op een ballon wordt getrokken; sommigen vergelijken dat met het geluid van een plastic knijppopje. Aan de vele knappe imitaties die in zijn lied zijn verwerkt dankt de 'Spot'vogel zijn naam.

Hun nest maken Spotvogels het liefst hoog in een boom of struik in de vork van een tak. Het is een stevig komvormig nest van gras en mos, aan de buitenkant soms afgewerkt met berkenbast of papier. De 4-5 eieren worden door beide ouders bebroed en samen brengen ze de jongen groot. Ze hebben maar tijd voor één broedsel.

Voorkomen

De landelijke aantallen nemen sinds 1975 af. Het wijst op noordwaartse verschuiving van broedgebied, mogelijk door klimatologische oorzaken. Afname van geschikt broedgebied in de agrarische sector wordt ook wel genoemd als mogelijke oorzaak in NL, en tijdens de trek en in het overwinteringsgebied liggen ook nog allerlei gevaren op de loer. De afname bij ons heeft niet te maken met concurrentie met de naar het noorden oprukkende Orpheusspotvogel (bron: zie vogel.asp r398).

De aantallen broedvogels lijken zich de laatste tien jaar wat te stabiliseren getuige de grafiek van Sovon.

In Meijendel wordt niet jaarlijks maar met enige regelmaat een territorium vastgesteld, soms een paar.

Vogelkenmerken

Struweelbroeder met kenmerkende gevarieerde zang.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden fruit en bessen Spinnen als voedselbron.

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie.

Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen.

Bescherming

De aanhoudende afname vormt onderdeel van een proces dat heel West-Europa beslaat. De redenen zijn onduidelijk. In Nederland wordt wel gedacht aan bosveroudering en veranderend bosbeheer (leidend tot verdwijning uit bossen) of voedseltekort door gebruik van insecticiden (o.a. neonicotinoïden) in de landbouw. Andere mogelijke factoren (klimaatverandering, problemen in Afrikaanse overwinteringsgebieden) verdienen eveneens grondige analyse (bron: Vogelbescherming Nederland ).