Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Brandganzen hadden oorspronkelijk een beperkt broedgebied, namelijk de oostkust van Groenland, Spitsbergen en Nova Zembla. Vanaf 1988 broeden er jaarlijks Brandganzen in ons land, aanvankelijk alleen in het Deltagebied, daarna ook elders.
Brandganzen zijn van oorsprong trekvogels. De Groenlandse overwinteren in Ierland, de vogels van Spitsbergen in Schotland en de Russische vogels in West-Europa. Zo'n driekwart daarvan verblijft in Nederland. Brandganzen grazen in dichte troepen op buitendijkse graslanden en weilanden dicht bij de kust. Ze voeden zich vrijwel uitsluitend met gras.
Voorkomen
De Brandgans is bijna de talrijkste in Noordwest-Europa overwinterende gans. Ook in Nederland zijn de aantallen enorm gestegen, met in sommige winters meer dan 800.000 exemplaren, overeenkomend met 80% van de flyway-populatie. De verspreiding bleef tot rond 1990 sterk beperkt tot Friesland en het Wadden-, IJsselmeer- en Deltagebied. Daarna veroverde de Brandgans ook het binnenland. Hier neemt hij, in tegenstelling tot de kustgebieden, ook recent nog toe (bron: Sovon ).
Vogelkenmerken
Zwart-witte gans, graast op graslanden en overwintert in Nederland
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Grondnest. Open grondnest. Nest in rietvegetatie.
Migratie: Gemengd trekpatroon met zowel trek als overwintering. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.