Terug naar soorten

Brandgans

Branta leucopsis Ganzen

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Brandgans
Brandgans

Beschrijving

De Brandgans is één van de twee 'zwarte' ganzen. Hij heeft een contrastrijk verenkleed met lichtgrijze onderzijde en donkergrijze rug. De andere 'zwarte', de iets kleinere Rotgans, heeft een geheel zwarte kop en geen vleugelstrepen. Ook de veel grotere Canadese Gans heeft een gedeeltelijk wit gezicht, maar in tegenstelling tot de Brandgans een zwart voorhoofd. De opvallend zwartwitte kop maakt de Brandgans ten slotte makkelijk te onderscheiden van de Kolgans en andere grauwe ganzen.

Brandganzen hadden oorspronkelijk een beperkt broedgebied, namelijk de oostkust van Groenland, Spitsbergen en Nova Zembla. Vanaf 1988 broeden er jaarlijks Brandganzen in ons land, aanvankelijk alleen in het Deltagebied, daarna ook elders.

Brandganzen zijn van oorsprong trekvogels. De Groenlandse overwinteren in Ierland, de vogels van Spitsbergen in Schotland en de Russische vogels in West-Europa. Zo'n driekwart daarvan verblijft in Nederland. Brandganzen grazen in dichte troepen op buitendijkse graslanden en weilanden dicht bij de kust. Ze voeden zich vrijwel uitsluitend met gras.

Voorkomen

De eerste in ons land broedende Brandganzen waren losgelaten of ontsnapt uit collecties, misschien ook achtergebleven zieke of gewonde trekkers. Daarna vestigde zich een snel groeiende populatie (rond 1000 paren in het jaar 2000) met het zwaartepunt in het Deltagebied, de overige vooral in het IJsselmeergebied en de Grote Rivieren. De toename bij ons vond plaats in een periode waarin de Brandgans een spectaculaire toename kende in het Oostzeegebied en in Rusland.

De Brandgans is bijna de talrijkste in Noordwest-Europa overwinterende gans. Ook in Nederland zijn de aantallen enorm gestegen, met in sommige winters meer dan 800.000 exemplaren, overeenkomend met 80% van de flyway-populatie. De verspreiding bleef tot rond 1990 sterk beperkt tot Friesland en het Wadden-, IJsselmeer- en Deltagebied. Daarna veroverde de Brandgans ook het binnenland. Hier neemt hij, in tegenstelling tot de kustgebieden, ook recent nog toe (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Zwart-witte gans, graast op graslanden en overwintert in Nederland

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen

Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Grondnest. Open grondnest. Nest in rietvegetatie.

Migratie: Gemengd trekpatroon met zowel trek als overwintering. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.

Bescherming

De toename van het aantal ganzen in Nederland in het algemeen zorgt voor een ingewikkelde maatschappelijke discussie. Boeren zijn niet blij met al die ganzen, om goedkoop zuivel te produceren lijkt elke grasspriet te tellen. Maar door een bijzonder intensieve landbouw wordt de ganzen extreem voedselrijk grasland aangeboden, en daar houden ze van! Hoewel schade gecompenseerd kan worden, worden ganzen helaas veel verstoord en gedood. Overwinterende ganzen hebben juist rust en energie nodig (bron: Vogelbescherming Nederland ).