Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Deze soort werd lang geleden in Engeland ingevoerd voor de jacht en omstreeks 1930 werden ze ook in Zweden uitgezet. In ons land kwamen ze als siervogel in collecties voor. Nadat enkele exemplaren ontsnapten volgde verwildering en de broedpopulatie van nu bestaat uit nazaten van losgelaten of ontsnapte vogels. Ze zijn goed te onderscheiden van de andere soorten door het formaat en door het ontbreken van markante tekening behalve dan de zwarte hals en kop met witte band onder de kin. Deze gans komt het hele jaar voor. Canadese ganzen uit Zweden trekken in koude winters naar Nederland. Natte gebieden, plassen en bekkens zoals in Meijendel zijn het biotoop van de Grote Canadese Gans.
Het Team Invasieve Exoten van de Voedsel- en Warenautoriteit heeft in 2010 SOVON gevraagd een risicoanalyse uit te voeren voor geïntroduceerde ganzensoorten. De risicoanalyse heeft o.m. betrekking op deze soort. Volg deze link naar het rapport.
Voorkomen
Het aantal in de Wassenaarse duinen verblijvende Canadese Ganzen binnen en buiten het broedseizoen is geleidelijk toegenomen. Hun nesten zijn nogal in het oog lopend (net als bij Zwanen) en kunnen eenvoudig gevolgd worden. De eerste broedgevallen waren in 1999 en na een aanvankelijk geleidelijke toename is op dit moment sprake van een stabilisatie. Het broedsucces lijkt vooralsnog laag.
Vogelkenmerken
Exotische grasetende ganzensoort van moeras- en graslandsystemen.
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen. Foerageren in nat grasland of akker.
Voedsel van volwassen vogels: Gras en terrestrische vegetatie. plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Grondnest. Open grondnest. Nest in rietvegetatie.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Standvogel of jaarrond aanwezig. Korte- tot middellange-afstandstrekker