Terug naar soorten

Taigarietgans

Anser fabalis Ganzen

Rode lijst |EB
0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Taigarietgans
Taigarietgans Foto: Arnoud B. van den Berg (via Wikimedia)

Beschrijving

Omdat Taiga- en Toendrarietgans sterk op elkaar lijken en de meeste kenmerken vrij variabel zijn èn elkaar overlappen, is de beschrijving op deze website bij beide soorten gelijk. De verschillen tussen de twee rietganzen zijn klein en het vergt nauwkeurig kijken èn ervaring om ze goed uiteen te houden. Taiga- en Toendrarietgans zijn lange tijd beschouwd als twee varianten van één soort, en die discussie duurt voort. Geografisch gezien hebben beide varianten een ander broedgebied: de Toendrarietgans broedt verder noordelijk dan de Taigarietgans.

De Taigarietgans (Anser fabalis) is ongeveer zo groot als de Grauwe Gans, maar bruiner en donkerder dan andere ’grauwe ganzen’, en met duidelijk lichtere veerranden (achterste gans op foto). Kop en nek lijken op afstand bijna zwart en contrasteren met de bleke, vuilbruine middenborst. Flanken en buik zijn bruin, met onduidelijke bandering, de anaalstreek en onderstaartdekveren zijn wit.

De Toendrarietgans (Anser serrirostris) is gemiddeld wat kleiner dan de Taigarietgans en heeft een kleinere, ronde kop (als de Kleine Rietgans ) en kortere en wat dikkere hals (kijkt op foto naar rechts).

Een belangrijk verschil voor de determinatie is de snavel.
Die van de Taigarietgans is wat langer en spitser, met een variabele hoeveelheid oranje-geel en zwart.
De Toendrarietgans heeft een kortere, zwarte snavel met een smalle verticale oranje band, de onderste snavelhelft is gewelfd (vergelijk kop, hals en snavel op de foto; Taigarietgans achter).

De Taigarietgans broedt langs meren, vennen en rivieren in de taigazone van Scandinavië en Rusland. Ongeveer 100.000 Taigarietganzen overwinteren in het Oostzeegebied, voornamelijk in Duisland en Zweden. Een klein deel van deze vogels trekt nog iets verder, ook naar Nederland. In Noord-Brabant en Noordoost-Nederland zijn er enkele vaste pleisterplaatsen. Het gaat om hooguit 100-200 vogels (meestal nog minder), die vooral tussen december en februari worden gezien. Slechts in zeldzame strenge winters volgen er meer.

De Toendrarietgans broedt op de toendra's van Rusland en Siberië. Deze overwintert in West-Europa en komt jaarlijks, vanaf oktober ook naar Nederland en is een talrijke wintergast. De grootste concentraties doen zich gewoonlijk voor in het noordoosten en zuidoosten van het land. In topwinters zijn bijna 300.000 Toendrarietganzen aanwezig.

Achtergrond

Taiga- en Toendrarietgans: herkenning vergt ervaring
In het verleden was er de Rietgans en die had twee ondersoorten: Anser fabalis fabalis en Anser fabalis rossicus. Tegenwoordig worden deze als aparte soorten beschouwd, Anser fabalis en Anser serrirostris; zie Sovon en Vogelbescherming, op deze site wordt die lijn uiteraard gevolgd. De Rietgans ('van vroeger') is dus opgesplitst in twee soorten:
  • De Taigarietgans, Anser fabalis, (achterste gans op foto) is bijna zo groot als de Grauwe Gans, met lange, zware oranjegele snavel met variabele hoeveelheid zwart.
  • De Toendrarietgans, Anser serrirostris. Deze is kleiner en heeft een zwarte snavel met smalle verticale oranje band. De ondersnavel is gewelfd, verschil goed te zien op de foto.

Dat het onderscheid tussen de verschillende rietganzen zelfs voor ervaren vogelaars lastig is, blijkt ook uit de diverse artikelen die er over te vinden zijn:

Bescherming

Intensieve jacht op trekkende ganzen lijkt een probleem te zijn, al ontbreken vooralsnog de harde wetenschappelijke feiten om dit te bewijzen. Overwinterende ganzen kunnen schade aan landbouw toebrengen, waarvoor boeren kunnen worden gecompenseerd (bron: Vogelbescherming Nederland ).