Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Soepgans
Opname: James K. Douch · iNaturalist · CC0 1.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
![]() |
| Compleet witte Boerengans.
Foto: 'Noodle snacks' [CC-BY-SA-3.0] |
Kortom, een Soepgans kan eigenlijk elke vorm of hybride van een gedomesticeerde Grauwe Gans zijn, door sommigen gekscherend Anser unox genoemd of met een wat meer serieuze toon Anserini x (bron: WIKIPEDIA ).
Deze ganzen, wit of bruin van kleur of een bonte schakering daarvan, werden gehouden voor de eieren het vlees en het dons, maar ze dienden ook als "waakhond". Tegenwoordig is deze gewoonte in onbruik geraakt, de boerderijganzen worden veelal aan hun lot overgelaten en hebben zich op veel plaatsen in het vrije veld gevestigd. Oppervlakkig lijken de bruine varianten van deze vogels qua postuur op Grauwe Ganzen en compleet witte kunnen eventueel met een Sneeuwganzen worden verward.
Voorkomen
Soepganzen zijn afstammelingen van losgelaten of ontsnapte vogels. Hun verspreiding is in 1998-2000 voor het eerst in kaart gebracht. Ze broeden vooral in het waterrijke deel van het land en speciaal in stedelijke omgeving en nabij boerderijen. De vogels nestelen geregeld samen met Grauwe Ganzen of andere ganzen, waardoor allerlei kleurvariaties optreden.
Buiten de broedtijd en/of bij strenge vorst treden amper verplaatsingen over noemenswaardige afstand op. De aantalsontwikkeling is slecht bekend, landelijke aantallen worden pas vanaf het jaar 1998 bijgehouden tijdens de watervogeltellingen. Ze namen aanvankelijk toe, maar lokaal zorgen bestrijdingsacties voor een daling van de aantallen. In de periode 1998-2000 wordt de broedpopulatie geschat op 3000-4000 paren.
Vogelkenmerken
Geen aparte wilde soort; gedomesticeerde vorm/variant van Grauwe gans.
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0
