Terug naar soorten

Zwarte Kraai

Corvus corone Kraaien

Broedvogel
61jaren
2677territoria
90hoogste jaar

1962 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zwarte Kraai
Zwarte Kraai Foto: Alexis Lours · CC BY 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Zwarte Kraai komt alleen voor in West-Europa, met uitzondering van Ierland en Schotland. In de rest van Europa wordt zijn plaats ingenomen door de Bonte Kraai . Tot voor kort werden Bonte en Zwarte Kraai tot één soort gerekend met alleen een verschillend kleed en een geografisch spreiding. Sinds 2002 en op basis van nieuwe evaluaties worden beide kraaien als een aparte soort ingedeeld [¹].

Zwarte Kraaien zijn bij veel mensen niet bijzonder populair. De levenswijze van kraaien botst op sommige punten met bijvoorbeeld de belangen van boeren, doordat ze zaaigoed opeten. Daar staat tegenover dat ze een enorme hoeveelheid emelten eten, die schadelijk zijn voor landbouwgewassen.

Kraaien vertonen opvallend intelligente gedragspatronen en ze onderhouden een intensieve communicatie. Ze zijn zelfs betrapt op het gebruiken van primitieve vormen van gereedschap om problemen op te lossen, iets dat men tot voorkort aan mensen en mensapen voorbehouden achtte. Door hun hoge intelligentie en aanpassingsvermogen weten kraaien zich overal in leven te houden. Alleen echte kale barre landschappen bedanken ze voor.

Nederlandse Zwarte Kraaien zijn standvogels, ze behoren tot de meest verspreide broedvogels en bewonen zowel open landbouw- of natuurgebieden als bossen en steden. De hoogste dichtheden zijn te vinden in kleinschalig boerenland. De verspreiding is sinds ongeveer 1975 sterk uitgebreid (bron: Sovon).

Deze kraaien zijn omnivoor en opportunistisch. Insecten, kleine zoogdieren en vogels, zaden, aas en ook menselijk afval wordt gegeten. Ze deinsen er ook niet voor terug een nest leeg te roven. De schalen van mosselen en andere schelpdieren worden eerst gebroken door ze vanaf hoogte te laten vallen.

Zwarte Kraaien broeden in (half)open landschappen met bomen, maar ook wel in hoogspanningsmasten. In bossen broeden ze meestal alleen aan de rand. Het nest is een kom van takken en twijgen hoog in een boom en wordt bekleed met beschikbaar zacht materiaal als wol, haren, vacht en veren. Het vrouwtje broedt, en beide ouders voeren de jongen.

Alle kraaiachtigen zijn zangvogels! Dat is iets dat waarschijnlijk alleen door vogeltaxonomen begrepen wordt, hun gekras in aanmerking nemend.

[¹] Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat Zwarte en Bonte Kraaien genetisch identiek zijn. Er is alleen een genetisch verschil aangetoont in het DNA van de grijze veren Poelstra et al (2014) (bron: WIKIPEDIA ).

Voorkomen

De landelijke broedpopulatie van Zwarte Kraaien is iets toegenomen, vooral in boerenland en stedelijk gebied. In grote aaneengesloten bossen zijn Zwarte Kraaien juist schaarser geworden door de opkomst van predatoren als Havik en Buizerd (bron: zie vogel.asp r398).

In Meijendel is na een aanvankelijke toename nu sprake van een lichte daling van het aantal broedparen. Dat houdt waarschijnlijk verband met de opkomst van genoemde predatoren.

Vogelkenmerken

Algemene intelligente kraaiachtige, eet vrijwel alles in uiteenlopende habitats.

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.

Voedsel van volwassen vogels: Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden grote insecten kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen

Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.