Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Roeken bewonen akkerland en weidegebied waar struiken en bomen in of langs staan, daar kunnen ze hun voedsel zoeken. Ze eten van een uitgebreid menu van ongewervelden (emelten en koperwormen), slakken, aas, zaaigoed en menselijke voedselresten. Het foerageren gebeurt vaak groepsgewijs en kan soms tot overlast leiden. Boeren zijn er in elk geval niet altijd blij mee…
Roeken komen in heel Europa voor, behalve in de noordelijke helft van Scandinavië (tot aan de 60° breedtegraad). Het areaal strekt zich naar het oosten uit tot in Azië. Het zijn echte koloniebroeders, kolonies van enige honderden (en vroeger nog veel meer) nesten worden in hoge, soms vrijstaande bomen gebouwd. Het nest is een omvangrijk bouwsel van takken waarin een nestkom zit, bekleed met wortels, bladeren, mos, wol en dergelijke materialen. Het vrouwtje broedt, beide ouders voeren de jongen.
Roeken zijn hoofdzakelijk standvogels en komen vooral voor in de oostelijke helft van ons land. Doordat ze (ook) elders in Europa in toenemende mate in of dichter bij het eigen broedgebied voerwinteren, is de wintertrek sinds 1995 zo goed als drooggevallen (bron: Sovon ).
Voorkomen
Vogelkenmerken
Koloniebroedende kraaiachtige, foerageert op akkers en graslanden.
Ecologische vogelgroepen: Torenvalk-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in nat grasland of akker.
Voedsel van volwassen vogels: Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Wormen als belangrijke voedselbron. Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.
Bescherming
Roekenkolonies zijn door hun luidruchtigheid en uitwerpselen niet overal even populair, maar de nesten genieten wel bescherming. Verplaatsing van de nesten is het werk van professionals en is alleen toegestaan met een ontheffing van Gedeputeerde Staten (bron: Vogelbescherming Nederland ).