Terug naar soorten

Roek

Corvus frugilegus Kraaien

8jaren
1753territoria
310hoogste jaar

1990 t/m 1997 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Roek
Roek Foto: Brian Snelson from Hockley, Essex, England · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Roek is ietsje kleiner dan de Zwarte Kraai en lijkt daar precies op. Alleen de veren rondom de snavelbasis ontbreken waardoor deze grijs is en wat langer lijkt. Ook heeft een Roek veren rond het bovendeel van de poten waardoor de vogel een 'broek' draagt.

Roeken bewonen akkerland en weidegebied waar struiken en bomen in of langs staan, daar kunnen ze hun voedsel zoeken. Ze eten van een uitgebreid menu van ongewervelden (emelten en koperwormen), slakken, aas, zaaigoed en menselijke voedselresten. Het foerageren gebeurt vaak groepsgewijs en kan soms tot overlast leiden. Boeren zijn er in elk geval niet altijd blij mee…

Roeken komen in heel Europa voor, behalve in de noordelijke helft van Scandinavië (tot aan de 60° breedtegraad). Het areaal strekt zich naar het oosten uit tot in Azië. Het zijn echte koloniebroeders, kolonies van enige honderden (en vroeger nog veel meer) nesten worden in hoge, soms vrijstaande bomen gebouwd. Het nest is een omvangrijk bouwsel van takken waarin een nestkom zit, bekleed met wortels, bladeren, mos, wol en dergelijke materialen. Het vrouwtje broedt, beide ouders voeren de jongen.

Roeken zijn hoofdzakelijk standvogels en komen vooral voor in de oostelijke helft van ons land. Doordat ze (ook) elders in Europa in toenemende mate in of dichter bij het eigen broedgebied voerwinteren, is de wintertrek sinds 1995 zo goed als drooggevallen (bron: Sovon ).

Voorkomen

Door vervolging en vergiftiging als gevolg van landbouwbestrijdingsmiddelen was de Nederlandse stand rond 1970 op een dieptepunt, maar herstelde zich in de periode daarna. Vanaf ongeveer 2000 nemen de aantallen licht af, deels als gevolg van verstoring in verband met overlast en vermeende schade. Door verstoring neigen voorheen grote kolonies ertoe zich over meerdere locaties te verspreiden. Zo'n 80% van de Roeken broedt in Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Friesland. Vestigingen in het westen van het land, in het verleden niet ongewoon, zijn momenteel schaars maar nemen weer toe (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Koloniebroedende kraaiachtige, foerageert op akkers en graslanden.

Ecologische vogelgroepen: Torenvalk-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in nat grasland of akker.

Voedsel van volwassen vogels: Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Wormen als belangrijke voedselbron. Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen

Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.

Bescherming

In het verleden waren Roeken erg gevoelig voor landbouwgif en jacht, nu vooral door verstoring van de kolonies. Vogelbescherming pleit voor een meer verdraagzame houding ten opzichte van natuur en vogels in het landelijk gebied en voor de grootst mogelijke zorgvuldigheid bij de beoordeling van het ontlenen van ontheffingen in het kader van schadebestrijding.

Roekenkolonies zijn door hun luidruchtigheid en uitwerpselen niet overal even populair, maar de nesten genieten wel bescherming. Verplaatsing van de nesten is het werk van professionals en is alleen toegestaan met een ontheffing van Gedeputeerde Staten (bron: Vogelbescherming Nederland ).