Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Ekster is onmiskenbaar met zijn lange zwarte staart en contrastrijke zwart-witte tekening. Van dichtbij gezien blijkt het zwart een fraaie weerschijn van blauwe, groene en paarse tinten te vertonen. Ondanks al dat fraais heeft de Ekster ook een slechte reputatie, zelfs bij natuurliefhebbers. Hij rooft namenlijk eieren en nestjongen! Bovendien staan Eksters er in de volksmond om bekend glimmende voorwerpen als sierraden en zilveren theelepeltjes te 'stelen' en naar het nest te brengen.
Deze kraaiachtige bouwt een groot koepelvormig nest mèt een dak, bij voorkeur in een hoge boom. Het dak dient volgens sommige bronnen als bescherming tegen zijn grootste belager de Zwarte Kraai. Vaak wordt het nest meerdere jaren gebruikt. Het legsel bestaat uit 5-8 eieren die door het vrouwtje worden uitgebroed. De jongen worden door beide ouders verzorgd. Er is jaarlijks één legsel.
Een Ekster is een alleseter. Het voedsel bestaat onder andere uit eieren en jonge vogels, ook kikkers, slakken, emelten, insecten, vruchten en zaden. In verstedelijkt gebied wordt ook brood, patat en ander voer of afval niet versmaad.
Voorkomen
De sterke afname van het aantal Ekstersparen in het duin wordt, net als bij de Houtduif, in verband gebracht met de vermeerdering van het aantal Havikken.
Vogelkenmerken
Zwart-witte kraaiachtige, zeer intelligent en aangepast aan menselijke omgeving.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.
Voedsel van volwassen vogels: Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. fruit en bessen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden grote insecten kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.