Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Waar deze kraaiachtige vroeger een uitgesproken bosvogel was, is hij nu eigenlijk overal wel te vinden, zelfs in stedelijke gebieden, mits er maar eikebomen in het biotoop voorkomen. Eikels is zijn favoriete voedsel, waar hij een voorraad van aanlegt om de winter mee door te komen.
Door het jaar heen is zijn schreeuw te horen. In het voorjaar kan de oplettende luisteraar ook het zachtgezongen liedje van de Gaai horen, opvallend melodieus en gevarieerd. Soms is ook een miauwende roep te horen die wat weg heeft van de roep van de Buizerd. De balts vindt aanvankelijk in groepen plaats en leidt tot paar- en territoriumvorming.
De Gaai is in Nederland een algemene broedvogel en standvogel. In de winter wordt nog al eens een uitbreiding van het aantal Gaaien vastgesteld met trekkende exemplaren uit Centraal- en Midden-Europa, soms zelfs met de omvang van een invasie.
Voorkomen
Het aantal broedgevallen in Meijendel vertoont tot en met 2010, net als het landelijk verloop, een licht stijging. De landelijke trend wordt daarna echter niet langer gevolgd. (Klik de kaart boven en vergelijk dan de trend met de landelijke in de kleine grafiek.)
Vogelkenmerken
Slimme bosvogel, verstopt eikels en waarschuwt luid bij gevaar.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Vink-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Opslaan van voedselvoorraden voor later gebruik. Gebruik van open boomkronen of hogere boomlaag. Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats.
Voedsel van volwassen vogels: Vogels en jonge vogels. Eieren van andere vogels. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden grote insecten zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen fruit en bessen Grote zaden, noten en eikels. kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien
Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Tijdelijke groepsvorming in het voorjaar. Imitatiegedrag of nabootsen van andere vogelgeluiden.
Migratie: Onregelmatige trek of invasieachtig voorkomen. Standvogel of jaarrond aanwezig.