Terug naar soorten

Kauw

Coloeus monedula Kraaien

Broedvogel
59jaren
3434territoria
206hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Kauw
Kauw Foto: Karl Jonsson from Göteborg, Sweden · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Deze kleine kraaiachtige is een stuk minder zwart en een stuk kleiner dan zijn grotere neven, Zwarte Kraai en Roek. De Kauw is eerder donkergrijs en heeft verschillende lichter grijze delen zoals het achterhoofd. Ook de kleinere snavel en de lichte iris maken eenvoudige herkenning mogelijk. Verder loopt hij opvallend parmantig rechtop.

Vroeger was het een schuwe vogel, maar tegenwoordig heeft de Kauw zich goed aangepast aan de mens en komt net zo gemakkelijk voor in een stedelijke omgeving als in de natuur. Het zijn alleseters die eten wat beschikbaar is, van insecten, knoppen en zaden tot patat of ander voedselresten (al dan niet gevoerd!). In Nederland komen ze eigenlijk wel overal voor waar voldoende voedsel en nestgelegenheid is; in Zuid Limburg, op de Veluwe en in de Flevopolders echter nauwelijks.

Kauwen zijn sociale vogels, ze leven doorgaans in paren, zijn levenslang partnergetrouw en vormen regelmatig grote zwermen, met name in herfst en winter. Ook nestelen ze graag in elkaars omgeving, al zijn het niet per sé kolonievogels.

Het is een algemene broedvogel en holenbroeder. Vroeger zat het nest vooral in boomholtes zoals het oude nest van een Zwarte Specht, maar heden ten dage wordt het ook in schoorstenen en nestkasten of onder dakpannen gemaakt. Het is een constructie van takken bekleed met wol en (paarden)haar, vaak rechtsreeks van de rug van het dier geplukt. (Kauwen die op de rug van een paard of pony zitten en de wintervacht uittrekken is ook bij de boerderij in Meijendel waar te nemen.) Er worden 4 à 6 eieren gelegd die het vrouwtje uitbroedt; beide ouders voeren de jongen.

Voorkomen

Kauwen zijn het talrijkst in stedelijk gebied en kleinschalig boerenland. Grote aaneengesloten bossen worden gemeden, terwijl open landschappen en natuurgebieden soms wel, soms ook niet bezet zijn. Sinds ongeveer 1975 breidde de soort zich uit over delen van Zeeland en Flevoland, waar hij eerst ontbrak. Tegelijkertijd namen de aantallen in kleine bossen af, deels misschien door onrust en predatie door Haviken. De landelijke stand is al tientallen jaren min of meer stabiel (bron: zie vogel.asp r398).

Opvallend genoeg vertoont het aantal broedgevallen in Meijendel al sinds begin jaren '90 juist een dalende trend, met als voorlopig(?) dieptepunt slechts 16 broedgevallen in 2015.

Vogelkenmerken

Sociale kleine kraaiachtige, broedt vaak in gebouwen en schoorstenen.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep); Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.

Voedsel van volwassen vogels: Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Wormen als belangrijke voedselbron.

Voedsel voor jongen: Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.