Terug naar soorten

Kleine Bonte Specht

Dendrocopos minor Spechten

Broedvogel
37jaren
277territoria
26hoogste jaar

1974 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Kleine Bonte Specht
Kleine Bonte Specht Foto: Сергей Неклюдов · CC BY 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Nauwelijks groter dan een Vink is de Kleine Bonte Specht, de kleinste van de drie Bonte Spechten. Het is weliswaar een standvogel maar wordt weinig gespot want hij is schaars en leidt een verborgen leven. Het bonte verenpak kent geen rood, alleen het mannetje heeft een rode pet. De vlucht is typisch spechtachtig, maar dan met kortere, steilere golven.

Kleine Bonte Spechten komen in het grootste deel van Europa voor, alleen in het noorden van het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet en evenmin rond de Middellande Zee. Ze leven voornamelijk in loofbossen met oude bomen van de zachtere soort -berk, wilg, els, populier- en met voldoende dood hout (voor een nest). Maar ook in oude boomgaarden en rivierlandschappen met veel elzenhout doen ze het goed.

Voedsel zoeken ze hoog, minder tegen de stam, vooral op de takken lopend. Op het menu van de Kleine Bonte Specht staan hoofdzakelijk larven van onder boombast levende insecten, aangevuld met larven van galwespen, muggen en spinnen. Soms eten ze bessen.

In het voorjaar wordt het territorium afgebakend met geroffel dat langer duurt dan dat van de Grote Bonte Specht, maar gewoonlijk zachter is. De ouders hakken samen het nest uit in vermolmd hout, vaak in een dikke zijtak met een gang richting de nestholte in de stam. Beide ouders broeden de 4-6 eieren uit en voeren de jongen. [Beluister en vergelijk de roffels van alle spechten onderaan deze pagina.]

Voorkomen

Het broedgebied van de Kleine Bonte Specht omvat momenteel de duinstreek, delen van het rivierengebied en vrijwel geheel Hoog-Nederland. Sinds ca. 1975 breidde deze soort zich door het ouder worden van bos sterk uit over Noord-Brabant, Noord-Limburg en Drenthe. Extensiever bosbeheer en omvorming in natuurlijker bos spelen deze specht eveneens in de kaart. In sommige reeds langer bezette gebieden op de Veluwe en in Zuid-Limburg liep de stand echter om onbekende reden licht terug (bron: zie vogel.asp r398).

Net als de landelijke trend vertoont het weliswaar kleine aantal broedparen in Meijendel de laatste jaren een stijging.

Vogelkenmerken

Kleinste Europese specht, leeft in oud loofbos en boomrijke parken.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren op boomschors en in schorsspleten. Foerageren aan uiteinden van takken en boomkronen. Sterke binding aan de hoge kroonlaag van bomen.

Voedsel van volwassen vogels: bladluizen Rupsen als belangrijke voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden

Voedsel voor jongen: bladluizen als jongenvoedsel Rupsen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nestholte in zacht, dood of verrot hout. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Gedrag, ecologie en levenswijze: Zeer snelle roffel.