Terug naar soorten

Groene Specht

Picus viridis Spechten

Broedvogel
60jaren
1425territoria
58hoogste jaar

1962 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Groene Specht
Foto: Alexis Lours CC BY 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Groene Specht

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Geautoriseerde legacycollectie

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Als men in het voorjaar door het bos wandelt en een geluid hoort dat lijkt op een luid lachen, dan is er zeker een Groene Specht in de buurt. Dit is na de Grote Bonte de meest talrijke en verspreide specht in ons land. Het is een forse vogel, en met zijn licht-groene buik en borst, donker-groene rug en rode kruin een opvallende verschijning.

De Groene Specht is een standvogel. Deze spechten broeden vooral in het kleinschalige cultuurlandschap met oude bomen en in de duinen, maar steeds vaker in polders in recreatiebossen, stadsparken en sportparken. Zo neemt hij ook toe in het Deltagebied door het ouder worden van singels en het rivierengebied. In grote bosgebieden broedt hij vaak alleen langs de randen of rond kale stukken. De Groene Specht ontbreekt in grootschalige open landschappen.

Hij zoekt zijn voedsel meestal op de grond en heeft een voorkeur voor mieren en de poppen daarvan; mierenhopen worden behoorlijk uit elkaar getrokken om met hun lange, kleverige tong de beestjes naar binnen te kunnen werken. Verder staan insecten als kevers, nachtvlinders en vliegen op het menu.

Een Groene Specht hakt in de regel zelf een nest uit in een oude (loof)boom en dat wordt spaarzaam bekleed met een laagje spaanders. De 5-7 eieren worden door beide ouders bebroed en de jongen door beide verzorgd.

Door de vogelwerkgroep verzamelde gegevens over de Groene Specht ondergraven de 'gangbare verklaring' van de afname van deze soort in het duin. Omdat het zo slecht gaat met de bosmieren, zou de Groene Specht zich noodgedwongen uit het duin terugtrekken. Maar volgens onderzoeker Peter Boer moet het antwoord elders in Meijendel worden gezocht.

Voorkomen

Tussen 1975 en 2000 verdween de Groene Specht uit veel grote, aaneengesloten bossen op de zandgronden. Tegelijkertijd nam hij sterk toe in lage delen van Nederland, maar dat kon de teruggang niet compenseren. Als geheel is er sinds 1990 sprake van een forse toename. Maar sneeuwrijke winters hakken er goed in bij deze vogel, dan zijn er weinig insecten (mieren!) te vinden. Dit kan de terugval rond 2010 verklaren.

De trendlijn van broedgevallen van de Groene Specht in de duinen van Meijendel loopt tegengesteld aan de landelijke. Mogelijk omdat het slecht zou gaan met de bosmier, maar meer waarschijnlijk door de komst van de Havik.

Vogelkenmerken

Grote groene specht, foerageert vooral op mieren in graslanden.

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep); Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0

Achtergrond

Afname Groene Specht: bosmieren, koude winters of nog iets anders?
Invloed sneeuwrijke winters
Overigens, volgens mierenspecialist en -onderzoeker Peter Boer ligt de invloed van sneeuwrijke winters genuanceerder. Omdat Groene Spechten standvogels zijn, weten ze mierennesten terug te vinden en worden bepaalde rode bosmiernesten zeer frequent bezocht. Als deze door sneeuw zijn bedekt weten ze een nest toch terug te vinden en graven door de sneeuw naar de plaats in het nest waar ze de bosmieren kunnen bemachtigen. Ze hebben het moeilijk als strenge vorst het mierennest verhard, dan wordt graven lastig. Als het eerst heeft gesneeuwd is het nest nauwelijks of niet bevroren en graaft de specht zich wel door de sneeuw heen.

Invloed stand van de bosmieren
De 'gangbare verklaring' voor de afname van deze soort in het duin is dat het zo slecht gaat met de bosmieren, dat de Groene Specht zich noodgedwongen uit het duin aan het terugtrekken is. Maar het gaat niet slecht met de bosmieren. Volgens mierenspecialist en -onderzoeker Peter Boer moet het antwoord elders in Meijendel worden gezocht.

Peter Boer is een biologieleraar die regelmatig schrijft over mieren en heeft een lange lijst van publicaties. Hij onderzocht de spechtenkeutels en demonteerde honderden spechtenpoepjes. Hij ontdekte dat de Groene Specht alleen 's winters op de bosmier fourageert. "In de zomer is het gespuit met het mierenzuur te heftig."

André van Loon, onderzoeker bij Naturalis, bevestigt het verhaal van Peter Boer. "Aan het voorkomen van de bosmier is niets verandert". Van Loon signaleert wel iets anders: "De Zwarte Specht, die afhankelijk is van de vrij zelfzame reuzenmier, heeft het in de duinen altijd vrij goed gedaan. Totdat de Havik verscheen". Het is goed mogelijk dat dit ook geldt voor de Groene Specht.

Volgens Peter Boer is er inderdaad dat verband. Hij zegt:"Je kunt het zien in het duingebied Meijendel. Bosmieren genoeg, maar steeds minder Groene Spechten, sinds de Havik er opdook." Peter Boer heeft een interessante website met veel informatie over het fourageergedrag van de Groene Specht, gebaseerd op eigen onderzoek in de Hollandse duinen en een kritische beoordeling van eerder onderzoek door anderen. Hier is de link.