Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Groene Specht is een standvogel. Deze spechten broeden vooral in het kleinschalige cultuurlandschap met oude bomen en in de duinen, maar steeds vaker in polders in recreatiebossen, stadsparken en sportparken. Zo neemt hij ook toe in het Deltagebied door het ouder worden van singels en het rivierengebied. In grote bosgebieden broedt hij vaak alleen langs de randen of rond kale stukken. De Groene Specht ontbreekt in grootschalige open landschappen.
Hij zoekt zijn voedsel meestal op de grond en heeft een voorkeur voor mieren en de poppen daarvan; mierenhopen worden behoorlijk uit elkaar getrokken om met hun lange, kleverige tong de beestjes naar binnen te kunnen werken. Verder staan insecten als kevers, nachtvlinders en vliegen op het menu.
Een Groene Specht hakt in de regel zelf een nest uit in een oude (loof)boom en dat wordt spaarzaam bekleed met een laagje spaanders. De 5-7 eieren worden door beide ouders bebroed en de jongen door beide verzorgd.
Door de vogelwerkgroep verzamelde gegevens over de Groene Specht ondergraven de 'gangbare verklaring' van de afname van deze soort in het duin. Omdat het zo slecht gaat met de bosmieren, zou de Groene Specht zich noodgedwongen uit het duin terugtrekken. Maar volgens onderzoeker Peter Boer moet het antwoord elders in Meijendel worden gezocht.
Voorkomen
De trendlijn van broedgevallen van de Groene Specht in de duinen van Meijendel loopt tegengesteld aan de landelijke. Mogelijk omdat het slecht zou gaan met de bosmier, maar meer waarschijnlijk door de komst van de Havik.
Vogelkenmerken
Grote groene specht, foerageert vooral op mieren in graslanden.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep); Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren op mieren en mierennesten op de grond. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Afhankelijkheid van open bodemstructuur voor foerageren.
Voedsel van volwassen vogels: Mieren als voedselbron. Bijen, hommels, wespen en mieren als voedselbron. grote insecten Gespecialiseerde miereneter (myrmecofaag); mieren en mierlarven dominant voedsel
Voedsel voor jongen: Mieren als voedsel voor jongen. Bijen, hommels, wespen en mieren als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nestcluster rond meerdere oude of geschikte holtes. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Grote verplaatsingen binnen het territorium. Weinig of nauwelijks roffelgedrag. Duetroep of duetgedrag tussen partners.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.
Achtergrond
Afname Groene Specht: bosmieren, koude winters of nog iets anders?
Invloed sneeuwrijke wintersOverigens, volgens mierenspecialist en -onderzoeker Peter Boer ligt de invloed van sneeuwrijke winters genuanceerder. Omdat Groene Spechten standvogels zijn, weten ze mierennesten terug te vinden en worden bepaalde rode bosmiernesten zeer frequent bezocht. Als deze door sneeuw zijn bedekt weten ze een nest toch terug te vinden en graven door de sneeuw naar de plaats in het nest waar ze de bosmieren kunnen bemachtigen. Ze hebben het moeilijk als strenge vorst het mierennest verhard, dan wordt graven lastig. Als het eerst heeft gesneeuwd is het nest nauwelijks of niet bevroren en graaft de specht zich wel door de sneeuw heen.
Invloed stand van de bosmieren
De 'gangbare verklaring' voor de afname van deze soort in het duin is dat het zo slecht gaat met de bosmieren, dat de Groene Specht zich noodgedwongen uit het duin aan het terugtrekken is. Maar het gaat niet slecht met de bosmieren. Volgens mierenspecialist en -onderzoeker Peter Boer moet het antwoord elders in Meijendel worden gezocht.
Peter Boer is een biologieleraar die regelmatig schrijft over mieren en heeft een lange lijst van publicaties. Hij onderzocht de spechtenkeutels en demonteerde honderden spechtenpoepjes. Hij ontdekte dat de Groene Specht alleen 's winters op de bosmier fourageert. "In de zomer is het gespuit met het mierenzuur te heftig."
André van Loon, onderzoeker bij Naturalis, bevestigt het verhaal van Peter Boer. "Aan het voorkomen van de bosmier is niets verandert". Van Loon signaleert wel iets anders: "De Zwarte Specht, die afhankelijk is van de vrij zelfzame reuzenmier, heeft het in de duinen altijd vrij goed gedaan. Totdat de Havik verscheen". Het is goed mogelijk dat dit ook geldt voor de Groene Specht.
Volgens Peter Boer is er inderdaad dat verband. Hij zegt:"Je kunt het zien in het duingebied Meijendel. Bosmieren genoeg, maar steeds minder Groene Spechten, sinds de Havik er opdook." Peter Boer heeft een interessante website met veel informatie over het fourageergedrag van de Groene Specht, gebaseerd op eigen onderzoek in de Hollandse duinen en een kritische beoordeling van eerder onderzoek door anderen. Hier is de link.